Zorro en Elena gaan uit eten!

Spaans leren voor kinderen

Leuk en leerzaam voor iedereen!

Flitskaartjes zijn educatieve kaartjes met een korte vraag of informatie op de ene zijde en het antwoord op de andere zijde, of op een ander kaartje. Hier wordt dit soort kaartjes voor een aantal spelletjes gebruikt. Je kunt ze uitprinten en lamineren, dan kun je ze vaker gebruiken.

Zinnen vertalen (ERK A1)

print-buttonDeze flitskaartjes bevatten Spaanse zinnetjes op het ene kaartje en de Nederlandse vertaling op een ander kaartje.

Mogelijkheid 1: Je maakt verschillende setjes van deze kaartjes en laat teams tegen elkaar strijden. Ze moeten zo snel mogelijk de zinnen met vertaling erbij zoeken.

Mogelijkheid 2: Je verdeelt de kaartjes over de leerlingen. Eén voor één lezen de leerlingen hun kaartje op. Degene die de vertaling heeft, moet reageren.

Mogelijkheid 3: (voor gevorderde leerlingen): Je speelt memorie met de kaartjes. Het is dan wel zaak om de leerlingen de kaartjes die ze omdraaien meteen te laten vertalen, zowel naar het Spaans als naar het Nederlands. Door de herhaling blijft het goed hangen.

Spaans leren met spelletjes

Spaanse zinnen in stukken (A1)

zinnen in stukjes

Als je dit spel uitprint en uitknipt, krijg je een leuk spel. Het mooist is het als je de kaartjes plastificeert. print-button

Doel van het spel: maak hele zinnen van de stukjes tekst. Er gaan twee stukjes in een zin. Let op hoofdletters en punten. Er zijn meerdere mogelijkheden, maar aan het eind moet het wel allemaal grammaticaal correct zijn. Kijk het altijd na!

Mogelijkheid 1: kinderen gaan of individueel of in tweetallen de zinnen aan elkaar leggen. Er is geen wedstrijdelement. Dat is voor beginners wel de beste optie, zodat ze goed kunnen zien, waarom sommige stukjes niet bij elkaar passen.

Mogelijkheid 2: je laat de kinderen in groepjes (maximaal 3) samenwerken. Als je meerdere groepjes tegelijk laat spelen, moet je meerdere setjes hebben en één per groep geven.

Mogelijkheid 3: Je kunt er een wedstrijdje van maken, maar je kunt ze ook elkaar laten helpen en bijvoorbeeld een klassentijd noteren. Dat stimuleert de groep om als klas samen te werken.

Mogelijkheid 4: De kinderen gaan individueel aan de slag. Je geeft dan iedere les een aantal leerlingen de gelegenheid om dit spel te spelen. Je kunt het spannender maken door een persoonlijke tijd te noteren. Later kunnen ze dan hun eigen record verbeteren. En er is een winnaar aan het eind van de rit. Omdat kinderen niet direct tegen elkaar strijden, is het spannend wie uiteindelijk het snelst was.

Memorama/memorie na 3 lessen

print-buttonAls je net een paar woordjes kent, is het leuk om die te oefenen.

Het doel van het spel is zo veel mogelijk sets te winnen door om de beurt twee kaartjes om te draaien. Is het een set, dan houdt de speler die en mag hij nog een keer spelen.la madres memorie

Begin: De kaartjes worden naast elkaar met tekst/plaatje naar beneden op tafel gelegd. De oudste speler begint. Hij draait twee kaartjes om. Hij zegt de vertaling die erbij hoort (of Nederlands of Spaans). Is het een set, dan mag hij nog een keer. Wie de meeste sets heeft, wint.

Er staan ook een paar zinnetjes bij die de leerlingen nog niet kennen, maar door ze te gebruiken, leer je ze snel genoeg.

Tip: laat de leerlingen zelf eens wat kaartjes maken. Dat kun je ook als huiswerk geven. Geef ze dan de lege kaartjes mee!

Pictionary na minimaal vijf lessen of meer

tekening pictionary

Dit spel kun je met de hele groep doen. Een leerling krijgt een kaartje, maar mag dat aan niemand laten zien. Hij of zij maakt een tekening van het woord op het bord. Wie het raadt, mag het kaartje houden. Je kunt het spel later uitbreiden door woordjes toe te voegen van de lessen die je tot dan toe gehad hebt.

Oprint-buttonok hier is het leuk om de kinderen zelf thuis nog meer woordjes te laten zoeken. Ze kunnen ze dan zelf tekenen in de volgende les.

 

Kwartetspel met werkwoordenkwartet 2

Als je op de button klikt, kun je een kwartetspel downloaden.
Je kunt het uitknippen, eventueel plastificeren en spelen maar!

Je speelt het in groepjes van 2 tot 5 spelers.

Behandelde stof: de werkwoorden tot en met les 7 en wat cijfers.

print-button

Memorie na twee lessen

Als je net een paar woordjes kent, is het leuk om die te oefenen. print-button

Het doel van het spel is zo veel mogelijk sets te winnen door om de beurt twee kaartjes om te draaien. Is het een set, dan houd je die en mag je nog een keer spelen.

Begin: De kaartjes worden naast elkaar met tekst/plaatje naar beneden op tafel gelegd.

memorie na 3 lessen
De oudste speler begint. Hij draait twee kaartjes om. Hij zegt de vertaling die erbij hoort (of Nederlands of Spaans). Is het een set, dan mag je nog een keer. Wie de meeste sets heeft gewonnen, wint.

Er staan ook een paar zinnetjes bij die je nog niet kent, maar door ze te gebruiken, leer je ze snel genoeg.

Tip: laat de leerlingen ook zelf wat kaartjes maken. Dat kun je ook als huiswerk geven. Geef ze dan de lege kaartjes mee!

Memorie na tien lessen

Met behulp van de printknop kun je een memoriespel downloaden. Het mooiste is als je het uitprint en daarna lamineert, maar als je het gewoon uitknipt, kun je het ook gebruiken. Je leert zo op een leuke manier allerlei handige woordjes en werkwoordsvervoegingen.

Tip: Je kunt het ook de leerlingen zelf laten maken.
Maak vooral ook meerdere sets als de groep wat groter is. print-button

LET OP: bij alle varianten is het belangrijk dat een leerling het kaartje dat hij omdraait, ook hardop vertaalt. Dit geldt zowel voor het Nederlands als voor het Spaans.

Mogelijkheid 1:  je speelt het spel in groepjes met alle kaartjes, de woordjes die ze nog niet kennen, leren ze zo spelenderwijs.

Mogelijkheid 2: je kiest alleen de sets met woordjes die de leerlingen al gehad hebben.

Mogelijkheid 3: Je laat leerlingen per tweetal samen spelen als team, of je laat verschillende groepjes tegen elkaar strijden.

Ezelen, een hilarisch groepsspel

IEL BURROn het Spaans heet dit spel El Burro of Los Burros. Dat betekent ook ezel. Er is zelfs een Wikipedia-pagina aan gewijd. Grappig he?

Doel: werkwoordsvormen herkennen
Tijd: 10 minutenprint-button

Geschikt om te gebruiken als activiteit tussendoor.

Beschrijving:
Het doel van het spel is zo snel mogelijk een set van vier bij elkaar horende kaarten te krijgen. Er moeten dus net zoveel sets in het spel zijn als er spelers zijn. Leg de overige kaarten weg. Een set bestaat bij dit spel uit het hele werkwoord met de eerste drie vervoegingen. (ik, jij, hij/zij/u)

Iedereen zit om een tafel. Schuif schoolbanken tegen elkaar in een rechthoek. Iedereen moet elkaar kunnen zien en kaarten kunnen doorgeven.

ezelen 1

De kaarten worden geschud en iedere speler krijgt er vier. Nu moeten alle spelers tegelijk een kaart naar hun linkerbuurman schuiven. Dat is natuurlijk een kaart die je niet kunt gebruiken. Het beste gaat dat door gezamenlijk te tellen en bij drie een kaart door te schuiven. Zodra een speler een set heeft, legt hij in stilte zijn duim op tafel, zonder dat iemand dat ziet.

Iedereen gaat gewoon door met tellen en doorschuiven, ook diegene die een set heeft. Die geeft de kaart die hij krijgt gewoon door. Zodra andere spelers de duim zien, moeten zij ook zo snel mogelijk hun duim op tafel leggen, ook al hebben ze geen set. Diegene die het laatst zijn duim op tafel legt is de verliezer, de ezel!

Werkwoorden oefenen met flitskaartjes print-button

Als je deze kaartjes uitprint en uitknipt, kun je ze gebruiken om de werkwoorden te oefenen. Het mooist is het als je de kaartjes plastificeert en er meerdere setjes van maakt. Afhankelijk van de kennis van de cursisten kun je meer of minder kaartjes nemen.

Mogelijkheid 1: je legt de kaartjes met de tekst naar beneden op tafel. Je gooit met een dobbelsteen en je keert een kaartje om. Je moet dan zo snel mogelijk de werkwoordsvorm zeggen die bij het nummer hoort. 1 = ik, 2 = jij, 3 = hij/zij/u, 4 = wij , 5 = jullie, 6 = zij

Mogelijkheid 2: in tweetallen: je legt de kaartjes met de tekst naar beneden op tafel. De ene persoon zegt welke persoon het moet zijn in het Spaans (yo, tú, él/ella/usted, nosotros, vosotros, ellos/ellas) de ander moet zo snel mogelijk zeggen welke vorm dat is.

Mogelijkheid 3: in groepjes: iedereen pakt om de beurt een kaartje en zegt de hele vervoeging van dat werkwoord.

Mogelijkheid 4: in een kring: als 3 goed gaat, kun je ook iedereen om de beurt de volgende vervoeging laten zeggen, van hetzelfde werkwoord. Leerling 1 pakt decir, die zegt digo (eerste persoon), leerling 2 zegt dices (tweede persoon), leerling 3 zegt dice (derde persoon) etc. Ga gerust een paar rondjes door tot iedereen het werkwoord goed kent.

Mogelijkheid 5: je kunt ook iedereen de volgende vervoeging laten zeggen, van een ander werkwoord. Leerling 1 pakt decir, die zegt digo (eerste persoon), leerling 2 pakt tener en zegt tienes (tweede persoon), leerling 3 pakt querer en zegt quiere (derde persoon), etc.

Tip: Bij de gevorderde leerlingen kun je de verleden tijden hier ook mee oefenen.

Cijfers oefenen met bingo (A1 -A2)

In de winkel zijn voor een kleine prijs altijd bingomolens te koop. Maar daar moet je dan wel naar op zoek. Bovendien gaan die maar tot 100. Hier hebben we twee bingokaarten gemaakt waar de moeilijkste cijfers tot en met 100 en tot en met 1000 worden behandeld.

Klik hier voor bingokaart 1. Klik hier voor bingokaart 2. Klik hier voor het cijfervel.

Voorbereiding: er zijn twee bingokaarten met elk vier kaartjes. Die moet je losknippen zodat je 2 x 4 kaarten hebt. Er is ook een nummervel. Die hokjes moet je ook losknippen (en eventueel plastificeren). Dat zijn de getallen die meedoen. Die kun je het beste in een doosje of zakje doen. Je kunt eerst alleen de kaarten nemen die tot 100 gaan en later aanvullen.spaans-voor-de-basisschool-29

Mogelijkheid 1: Je speelt met 8 kinderen die ieder een bingokaart krijgen. De leerlingen die geen kaart hebben, lezen om de beurt een cijfer voor en de anderen zoeken het cijfer en bedekken het met het omgekeerde nummerkaartje dat ze dan krijgen. Als je gebruik maakt van geplastificeerde kaarten, kunnen de kinderen ook whiteboardmarkers gebruiken om de cijfers door te strepen.

Mogelijkheid 2: 8 groepjes van twee krijgen een bingokaart en de anderen lezen om de beurt een getal voor.

Mogelijkheid 3: Als de kinderen wat beter de cijfers beheersen, kunnen ze ook met kleinere groepjes met ieder meerdere bingokaarten gaan spelen. Let wel op dat ze kaarten krijgen die helemaal van elkaar verschillen.
Eén persoon moet gaan voorlezen. Wel tempo houden nu!

Mogelijkheid 4: Om de beurt lezen de kinderen een getal op.
De anderen moeten die getallen op een papiertje zetten. Daarvoor heb je de bingokaarten niet nodig. Deze manier kan helpen als het bingospel gewoon nog te moeilijk is. Zo kun je de cijfers onder de 10 oefenen en vervolgens uitbouwen per tiental

Namenspel na 3 or 4 lessen

Bij dit spel nemen de leerlingen een andere identiteit aan. Zo kun je oefenen met llamarse en ser. namenspel

Mogelijkheid 1: Kringspel. Je geeft iedereen een kaartje (wel een beetje passend, of juist helemaal niet, afhankelijk van de groep. Bijvoorbeeld: sneeuwwitje geef je aan een meisje.) Iemand vraag aan zijn buurman/vrouw hoe hij/zij heet. Zo gaat iedereen de kring rond.
vb. ¿Cómo te llamas? Me llamo Bob.

Mogelijkheid 2 (na vier lessen): De leerlingen vragen ook wie iemand is, met het werkwoord ser. ¿Quién eres? Soy Bob Esponja.

Mogelijkheid 3 (na 5 lessen): De leerlingen vragen hun linkerbuurman iets en melden het antwoord in de derde persoon aan de groep. Zo heb je nog een werkwoordsvorm erbij:
¿Cómo te llamas? Me llamo Bob. Tegen de groep: Se llama Bob.

Mogelijkheid 4 (na 6 lessen): Als dat mogelijk is, kun je ook nog vragen wat iemand is: ¿Qué eres? Soy esponja, soy actor.

Werkwoordenraden: groepsspel

Werkwoorden raden: groepsspel (hoofdstuk 1-6) met 27 kaartjes                                 print-button

Bij dit spel oefenen de leerlingen de werkwoorden ser, estar, vivir, llamar en tener.

Mogelijkheid 1 (groepsgrootte: 6-12): Je deelt de groep in twee. De Nederlandse kaartjes verdeel je over de kinderen van groep 1, de Spaanse over de kinderen van groep 2. Ieder kind krijgt ongeveer evenveel kaartjes. Om de beurt lezen de kinderen voor wat er op een kaartje staat. Het kind dat de bijbehorende vertaling heeft, moet dat zeggen. Als niemand iets zegt, moeten de kinderen samen de vertaling geven. Wie had het kaartje? De kaartjes die geraden zijn, gaan uit het spel.

Mogelijkheid 2 (groepsgrootte: 2-5) : Je speelt het spel als memorie en legt alle kaartjes omgekeerd op tafel. Doe dit met maximaal 5 kinderen.

Mogelijkheid 3 (1 of 2 personen): De kinderen zoeken de paren bij elkaar. Controleer of ze het goed gedaan hebben.