Algemene tips en oefeningen

TIP: Laat de leerlingen woordenlijsten maken in Wrts. Gebruik ook eens Wozzol, een nieuwe site met app om woordjes te leren.  Ze kunnen met beide sites leuke oefeningen maken en de woordjes goed leren!

Extra actividades: hier volgt een aantal extra oefeningen die overigens ook bij deel 1 gebruikt kunnen worden.

Tarjetas con los verbos Maak kaartjes met de (regelmatige) werkwoorden. Oefening in tweetallen. Eén leerling geeft een kaartje met een heel werkwoord aan de andere leerling. Terwijl hij/zij het kaartje met het hele werkwoord geeft, noemt hij een persoonsvorm erbij (yo, tú, etc.). De andere leerling moet het werkwoord in de juiste persoonsvorm vervoegen. Deze oefening kun je doen in de presente (o.t.t.) of in de verleden tijd. Je kunt dit ook met een dobbelsteen oefenen. 1 is eerste persoon, 2 is tweede persoon etc. Dan kun je het ook alleen doen.

Macedonia Zoek een thema, bijvoorbeeld: la casa, el colegio, el aspecto, la ropa etc. Vorm een cirkel van leerlingen elk op een stoel. Eén leerling gaat in het midden staan en roept: “él que tenga los ojos azules” of “él que tenga el pelo corto”, of “el pelo rubio” of “el que tenga dos hermanos”. De persoon die het gevraagde heeft (los ojos azules of el pelo rubio etc.) moet in het midden gaan staan. Als er meerderen zijn, moeten die allemaal gaan staan en snel verwisselen van stoel. Diegene die achterblijft in het midden verzint een nieuwe zin. De docent doet het eerst voor. Als de docent ‘macedonia’ roept, gaat iedereen verwisselen van stoel. Er blijft er dan weer één over die een vraag moet stellen.

Memoria Bedenk een thema, bijvoorbeeld: ropa, casa of colegio. Drie leerlingen gaan de klas uit en drie andere leerlingen noemen drie dingen op die met het thema te maken hebben. Dan roep je de leerlingen weer de klas in en die moeten binnen één minuut de drie genoemde dingen raden. Het wordt leuker als je het zo snel mogelijk doet.

Formar grupos Om groepjes te vormen maak je kaartjes met bijvoorbeeld mensen uit Spanje of Zuid-Amerika. Voorbeeld: cuatro pintores, cuatro cantantes, cuatro grupos pop etc. Andere thema’s zijn: 4 kledingstukken, 4 meubelstukken, 4 dingen uit de klas, etc. De kinderen moeten elkaar dan zoeken om een groepje te vormen.

Geografía Spelenderwijs Spaanse cijfers, letters maar ook aardrijkskunde leren met www.elabueloeduca.com. Dit is een website met didactische spelletjes om meer te weten te komen over Spanje en de Spaanse taal. Hier leer je bijvoorbeeld spellen, tellen en hoe de verschillende ‘Comunidades españolas’ heten en waar ze liggen. Daarnaast zijn er ook kaarten en spellen over Mexico .

Inleiding lesboek
La historia de Zorro y Elena In deze strip wordt alvast het verhaal dat in de lesmethode verteld wordt, in grote lijnen gepresenteerd. De strip staat op track 1 van de bijbehorende cd. Je zou aan de leerlingen kunnen vragen of ze een idee hebben wat er in het boek gaat gebeuren naar aanleiding van de strip.

1. LA TIENDA NUEVA

Tekstboek

Luister naar de dialoog zonder boek en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Nu nogmaals laten lezen door twee andere leerlingen. Je kunt de dialogen ook in tweetallen laten oefenen. Vervolgens behandel je de grammatica en doet de actividad en het juego.
Juego Bij het ballonnetje bij de juego staat dat de kleuren rosa, violeta en naranja niet veranderen. Dit houdt in dat ze geen aparte mannelijke en vrouwelijke vorm hebben. Vermeld dat ze in het meervoud natuurlijk wel veranderen: unos abanicos rosas.

Laat nu track 3 horen. De leerlingen hoeven niet alles meteen te begrijpen. Laat de bijvoeglijke naamwoorden onderstrepen. Vermeld dat mucho ook vervoegd wordt. NB Op de cd wordt gezegd: el color rojo está de moda ahora. Dit is iets anders dan in het boek vermeld staat.

De colores, de colores
Se visten los campos
En la primavera.

De colores, de colores
Son los pajarillos
Que vienen de afuera.

De colores, de colores
Es el arco iris
Que vemos lucir

Refrán:
Y por eso los grandes amores,
De muchos colores, me gustan a mí

Canta el gallo,
Canta el gallo con el
Kiri-kiri, kiri-kiri-kiri.

La gallina,
La gallina con el
Kara-kara, kara-kara-kara.

Los polluelos,
Los polluelos con el
Pio-pio, pio-pio-pi

Y por eso los grandes amores,
De muchos colores, me gustan a mí

Van kleur, van kleur
verandert het platteland
in de lente.

Van kleur, van kleur
zijn de vogels
die van buiten komen.

Van kleur, van kleur
is de regenboog
die wij op zien lichten.

Refrein:
En daarom
houd ik zo van de vele kleuren.

De haan zingt
De haan zingt met het
Kukekukeleku.

De kip
de kip met haar
tok, tok, tok.

De kuikens
de kuikens met het
piep, piep, piep, piep, pie.

En daarom
houd ik zo van de vele kleuren.

1. Werkboek

1.1 Combineer en kleur de vakjes: welke kleurcombinatie wordt violet? Zijn er nog andere combinaties? Laat de leerlingen het woordenboek gebruiken.

1.2 Combineer steeds een zelfstandig naamwoord met een bijvoeglijk naamwoord. Maak een schema op het bord met mannelijk en vrouwelijk en enkelvoud en meervoud. Hoe was de regel ook alweer?

1.3 Waar/niet waar oefening. Nadat de leerlingen deze oefening gedaan hebben, kunnen ze zelf ook nog wat vragen maken voor hun buurman/vrouw die waar of onwaar zijn. Dit kunt je ook als extra huiswerk opgeven.

1.4 Vertaaloefening. Je kunt als variatie op deze oefening de leerlingen alle zelfstandige naamwoorden eruit laten halen en indelen in mannelijk en vrouwelijk.

1.5 Bijvoeglijke naamwoorden: hier kunnen de leerlingen de zinnen veranderen door er een zelfstandig naamwoord in te zetten van het andere geslacht. Zin 1 wordt bijvoorbeeld: la casa roja/las casas rojas

1.6 Zoek het antoniem. Hier wordt de eerste letter van het antwoord al gegeven. Een leuke variatie is de mannelijke bijvoeglijke naamwoorden vervangen door vrouwelijke en vice versa. De leerlingen kunnen er ook nog een zelfstandig naamwoord bij zoeken.

1.7 Je kunt het woordweb op het bord maken. In deel 1 zijn een paar winkels aan bod gekomen: la panadería, la verdulería, el supermercado.

2. DE COMPRAS

Tekstboek
Luister naar de dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Je kunt twee andere leerlingen het nogmaals laten lezen. Je kunt de dialogen ook in tweetallen laten oefenen. Vervolgens behandel je de grammatica en doet de actividad en het juego.

Actividad
Bij de actividad wordt gevraagd naar de kleding van María en Elena. (Zie het plaatje bij de eerste dialoog.) Zet de woorden die de leerlingen zeggen op het bord.
Bijvoorbeeld:

las botas
la chaqueta
los leotardos

= de laarzen
= het jasje
= de maillot

la falda
el vestido
las medias

= de rok
= de jurk
= de panty (el panty)

Extra actividad (kan ook bij les 3)
Laat de kinderen een bijzonder kledingstuk meenemen van thuis. Het mag uit de verkleedkist komen of van hun ouders zijn. Het mooist is het als de kledingstukken veel te groot of te klein zijn of een opvallende kleur hebben. De kinderen verkleden zich en daarna vragen ze aan elkaar: ¿Qué has comprado? Of als variatie: ¿Qué color es?

Juego
Bij de juego: de vraag die er nog bijgesteld kan worden is: ¿De qué color?
Elena koopt in dit hoofdstuk een CD voor Zorro van Shakira. Laat de leerlingen een liedje luisteren van Shakira op Youtube. Vervolgens kun je erover praten en het liedje klassikaal laten luisteren, het zingen, het liedje vertalen etc. Aan het eind van deze handleiding zitten tips over het houden van een songfestival. Hier kan natuurlijk ook een liedje van Shakira bij. Je kunt ook nog het liedje La Camisa Negra van Juanes laten luisteren. Ook elders op deze site vind je het liedje en de tekst.

Canción: El perrito de San Roque is een combinatie van de trabalengua in de blauwe ballon en de canción, track 7. Bij de trabalengua is het de bedoeling om de uitspraak te oefenen. Op internet zijn veel leuke trabalenguas te vinden.

Extra: Je kunt vragen waar ‘lo’ aan refereert in de trabalengua en waar ‘la’ aan refereert in het liedje. In de trabalengua gaat het over de rabo en in het liedje over de cola. Beide betekenen staart.

2. Werkboek

2.1 Combineer de zelfstandige naamwoorden met de bijvoeglijke naamwoorden door het zetten van pijlen volgens het voorbeeld. Zet vervolgens de vertaling erachter. Natuurlijk zijn er hier meer mogelijkheden. Kijk samen met de leerlingen welke dat zijn. Waarom kunnen sommige combinaties echt niet? Probeer nog wat andere combinaties te maken in je schrift.

2.2 Zet de zinnen in de juiste volgorde. (let op de hoofdletters, daaraan kan je zien waar de zin begint). Als extra oefeningen kunnen de leerlingen ook zelf gemaakte zinnen in stukken knippen en in tweetallen of kleine groepjes weer in de juiste volgorde zetten. Op het bord: schrijf de regels op van de Spaanse woordvolgorde bij eenvoudige zinnen.
A. 1. Onderwerp 2. Ontkenning 3. Alle werkwoorden 4. Lijdend voorwerp
Voorbeeld: El chico no ha comido helado. De jongen heeft geen ijs gegeten.
B. 1. Ontkenning 2. Onderwerp + Alle werkwoorden 3. Lijdend voorwerp
Voorbeeld: No ha comido helado. Hij/zij heeft geen ijs gegeten.

2.3 Kleur de autonome deelstaten in de juiste kleuren.
Je kunt daar als docent nog iets dieper op ingaan. Hoeveel
deelstaten zijn er eigenlijk? (17) Er mist er één op het kaartje,
welke is dat? (de Canarische eilanden)
Tip: Als je meer informatie wilt over de geografie van Spanje kun je hier klikken. Je vindt hier informatie zoals kaarten met provincies, hoofdsteden en vlaggen.

2.4 Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Om deze oefening moeilijker te maken, kun je ook alle vormen in de voltooide tijd laten zetten, zoals in zin 1 en 8.

2.5. De juiste vorm van het werkwoord gustar invullen. Even herhalen: enkelvoud en meervoud van gustar. Zet het nog maar eens op het bord en herhaal deze oefening nog eens in een vragenrondje aan de leerlingen. Ze moeten dan uit hun hoofd antwoorden.

2.6 Vertaaloefening met de voltooide tijd. Als er veel fouten gemaakt zijn, is het raadzaam om op het bord de grammatica te herhalen die hier bij hoort. Oefenen met een cadena in de kring.

Tarea Klik voor meer informatie over papiergeld uit Mexico hier.
Het portret dat op het briefje van 100 peso staat is van Nezahualcoyotl, de Azteekse dichter-koning die leefde van 1401 tot 1472. Bij deze tarea kun je iets vertellen over de Azteken.

Extra vertaaloefening van het Spaans naar het Nederlands:

  • La bandera de Chile es roja, azul y blanca.
  • El caballo de Zorro es negro.
  • Una naranja es naranja.
  • El coche no es amarillo.
  • ¿Una araña nunca es verde?

Juego, een variant
Zet op het ene kaartje een zelfstandig naamwoord en op het andere een bijvoeglijk naamwoord. Laat de leerlingen de kaartjes combineren. Wat verandert er bij een nieuwe combinatie? Dit kan ook met lidwoorden.

3.¿QUÉ HORA ES?

Tekstboek
Luister naar de dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Je kunt twee andere leerlingen het nogmaals laten lezen. Je kunt de dialogen ook in tweetallen laten oefenen. Vervolgens behandel je de grammatica en doet de actividad en het juego.

Geef speciale aandacht aan de zinnetjes: ¡Buenas vacaciones! uit de dialoog en ¡Que lo pases bien! in het ballonnetje naast de dialoog.

Extra actividad Hier kun je ook heel goed de extra actividad uit les 2 doen.

Juego Je kunt de volgende extra woorden op het bord schrijven:

bal
lippenstift
nagellak
make-up
opmaken

= pelota
= pinta de labios
= pinta de uñas
= maquillaje
= maquillarse

Extra Juego para hacer en grupo: ook leuk om buiten te doen.
Een persoon is el Señor Lobo en die staat met zijn rug naar de groep. De anderen staan 10 meter achter hem en roepen tegelijk: ¿Qué hora es, señor Lobo? Als el Lobo zegt: son las tres, doet iedereen 3 stappen naar voren. Zegt hij son las seis, doet iedereen 6 stappen naar voren, enz.
El lobo kan op elk moment zeggen: Es la hora de comer. Zodra hij dat heeft gezegd, rent hij achter de anderen aan en probeert iemand te vangen. Degene die gevangen wordt, is dan Lobo.

Extra bij ‘la hora’: Je kunt erbij vertellen dat je ’s morgens zegt: por la mañana, ’s middags: por la tarde en ’s avonds: por la noche en bij de tijden zegt: a las diez de la mañana, a las tres de la tarde, etc. Geef ook het verschil aan tussen: son las tres en a las tres. (het is drie uur en om drie uur). Dit kun je goed oefenen op de volgende site: klik hier!

Juego Schrijf alle woorden die gebruikt worden ook op het bord, als niet iedereen ze al kent.

Conmigo/contigo
Oefen deze woorden met een spreekvaardigheidsoefening in en kring. Vraag elkaar: ¿Adónde vas conmigo? Voorbeeldantwoord: Voy contigo a la verdulería.

La hora
Vraag de leerlingen hoe laat het is of laat de leerlingen elkaar de tijd vragen. Herhaal dit gedurende de lessen.

klok deel 2 hfst3
3. Werkboek

3.1 Beantwoord de vragen. De eerste 2 vragen gaan over de tekst. Vanaf vraag 3 gaat het over de leerling zelf. Deze oefening kun je ook als spreekvaardigheidsoefening in de klas doen.

3.2 Vul de oefeningen aan met werkwoorden. Twee zinnen staan niet in deze les, zin twee en zin vijf. Daarin komt het verschil hay/estar aan de orde. In les 14 wordt hier dieper op ingegaan. Je kunt deze zinnen laten maken om te kijken of de leerlingen al een beetje inzicht daarin hebben, zonder er verder diep op in te gaan. Als de zinnen je te moeilijk lijken, kun je ook de woorden als keuze geven. Kies uit: sale, está, hay, qué, hay.

3.3 Zet de tijden onder de klokken. Je kunt aanvullen: son las cinco en punto – het is precies vijf uur.

3.4 Als je een smart-board hebt op school, kun je hier klikken om deze aflevering van Willem Wever over de scholen in Peru samen te kijken. Er is nog een tweede aflevering van Willem Wever over Peru, , klik hier om deze te openen.

3.5 Vertaaloefening met de tijden. Ook hier kun je een spreekvaardigheidsoefening van maken.

3.6 Vul hier de juiste vorm in van het hulpwerkwoord haber. Als het nog niet vlot gaat, maak dan een oefenrondje: om de beurt zeggen de leerlingen de volgende vervoeging, tot het heel snel gaat. Ze kunnen ook weer met de dobbelsteen aan het werk in tweetallen.

3.7 Puzzel met kledingstukken. Je kunt hier ook nog naar de kleur van het kledingstuk vragen. Dat moeten de leerlingen dan zelf verzinnen.

3.8 Hier moet natuurlijk staan: dibuja un reloj. Teken de klokken. Laat de leerlingen ook zelf een aantal klokken tekenen zonder wijzers. Om de beurt moeten ze dan een tijd zeggen en de anderen vullen die in. Ook de controle kan weer in het Spaans.

Tarea Het is de bedoeling dat de leerlingen op Internet zoeken hoe laat het is in verschillende landen. Afhankelijk van de leeftijd van je leerlingen kun je uitleggen hoe het zit met de tijdszones in de wereld. Klik hier voor een overzicht van alle tijden in de wereld.

Ejercicios de repaso – capítulo 1 – 3

1. Onderstreep de fouten en corrigeer ze. Hier is het ook leuk om de leerlingen zelf een zin met een fout op het bord te laten schrijven of als huiswerk te laten maken. Dan kunnen de andere leerlingen daarmee aan het werk.

2. Combineer de tekeningen met de werkwoorden. Hier kunnen de leerlingen zelf nog werkwoorden verzinnen die je met een tekening duidelijk kunt maken.

3. Combineer de werkwoorden met de zelfstandige naamwoorden met pijlen. Zet daarna de vertaling erachter. Ook hier is het leuk om de leerlingen elkaar vragen te laten stellen: ¿Qué lees? Antwoord: Leo un libro. Of: ¿Dónde vives?

4. Maak het schema af van de werkwoorden en zet de vertaling er verticaal naast. Ook hier is het slim om de werkwoorden in de kring te oefenen. Als de groep te groot is, kan het ook in kleine groepjes of in tweetallen. Iedereen zegt om de beurt de volgende vervoeging. Niet stoppen na de zesde vervoeging, maar gewoon opnieuw beginnen. Zo krijgt iedereen (tenzij de groep uit 6 bestaat – of een veelvoud daarvan -) steeds een nieuwe vervoeging. Snelheid is hier wel een vereiste. Als het niet gaat, mogen ze eerst nog kijken. Niet alle werkwoorden achter elkaar oefenen, maar af en toe eentje.

5. Schrijf het persoonlijke voornaamwoord achter de werkwoordsvorm. Merk nogmaals op dat in het Spaans dit persoonlijk voornaamwoord niet zo vaak gebruikt wordt als in het Nederlands. Laat de leerlingen voorbeelden bedenken waar je in het Spaans wel een persoonlijk voornaamwoord gebruikt.

6. Verdeel de regelmatige en onregelmatige werkwoorden van oefening 5 in de rijtjes. Schrijf het hele werkwoord op (de infinitief). Doe nummer 1 even samen: bailar. Zeg tegen de kinderen dat ze thuis ook met de dobbelsteen moeten oefenen. Werkwoorden zijn erg belangrijk.

7. Woordweb met kledingstukken. De leerlingen kunnen hier ook een collage van maken. Neem hiervoor wat oude tijdschriften die ze verknippen en opplakken. Ze moeten wel de namen in het Spaans erbij zetten. PORTFOLIOmaartse haas alice in wonderland

TIP Klik hier voor een kleurplaat die je kunt uitdelen als je jongere leerlingen hebt.

TIP: Controleer of de leerlingen nog steeds woordenlijsten maken in wrts.nl of Wozzol. Het is belangrijk om woordjes uit eerdere lessen te herhalen. Je kunt wedstrijdjes doen in teams. Welk team kent de meeste woorden? (Werken met teams versterkt de groepsband.)
NB Gebruik ook de extra actividades in de handleiding bij 1 t/m 3!

Bewaren

4. EN PERÚ

Tekstboek
Luister naar de dialoog zonder boek en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Nu nogmaals laten lezen door twee andere leerlingen. Je kunt de dialogen ook in tweetallen laten oefenen. Vervolgens behandel je de grammatica en doet de actividad en het juego.

In hoofdstuk 4 komen de persoonlijke voornaamwoorden aan bod, gebruikt als lijdend voorwerp en als meewerkend voorwerp. Vraag waarom in de tekst staat servirle en naar wie het woord le verwijst. Later kun je hetzelfde vragen bij: la compro en los envuelvo.

Besteed extra aandacht aan het woord quisiera in het oranje ballonnetje. Geef een paar voorbeeldzinnen:
Quisiera comprar algo.
Quisiera tomar una Coca-Cola.
Geef ook duidelijk aan dat je na quisiera altijd het hele werkwoord gebruikt (de infinitief). Het is belangrijk om dit te weten, omdat achter het hele werkwoord een persoonlijk voornaamwoord geplakt kan worden. Je kunt hier nu al voorbeelden bij geven uit de dialoog.
Luister en lees daarna de tweede dialoog. Deze gaat over de weg vragen.

Actvidad – preguntar por el camino
Het is misschien handig om eerst nog even de winkels te herhalen (zie werkboek hfd 1 – woordweb winkels) en de leerlingen daarna aan elkaar vragen te laten stellen, bijvoorbeeld: waar is het postkantoor, de boekhandel, de groentenwinkel? Etc.

Deze oefening kun je uitbreiden met elkaar de weg te vragen naar elkaars huis, waar woont je beste vriend/in, oma etc.

EXTRA OEFENING over het vragen naar de weg.
Maak een eenvoudige plattegrond op het bord met bijvoorbeeld
A: la panadería
B: la verdulería
C: la librería
De leerlingen kunnen hier meer winkels bij verzinnen. (woorden op het bord zetten!) Zet willekeurig een X in de plattegrond. Hoe kom je van X naar A?

Actividad – para escribir
Voorbeeld van een postal:
Hola, ¿qué tal? Estoy de vacaciones en España. Hace mucho calor. He comprado un traje de baño. Es rojo y muy bonito.
Adiós. Un abrazo de Karina. PORTFOLIO

Actividad en parejas
Wat hebben de leerlingen voor hun verjaardag gekregen? Je kunt ze (thuis) een lijstje laten maken met cadeaus en ze daarna laten voorlezen aan elkaar of er een raadspelletje van maken. ¿Qué te han regalado? Me han regalado una bici. ¿Te han regalado un muñeco? Sí o no. Je kunt het nog uit breiden met ¿de qué color? ¿Es bonito? Let dan op de uitgangen!

NB Soms doen leerlingen er te lang over om een zin te maken, alleen omdat ze het woord voor het cadeau niet kennen. Benadruk dan dat het niet zo belangrijk is dat ze de cadeaus ook daadwerkelijk hebben gekregen. Het is zelfs leuk om fantasiecadeaus te kiezen. Neem bijvoorbeeld thema’s zoals dieren. Iedereen moet een dier noemen dat hij gekregen heeft.
¿Te han regalado un elefante? ¡Qué Guay! ¡Superguay!

Estas son las mañanitas
Que cantaba el rey David
Pero no eran tan bonitas
Como las que yo canto aquí.

Despierta, mi bien, despierta
Mira que ya amaneció
Ya los pajarillos cantan,
La luna ya se ocultó.

Qué linda está la mañana
En que vengo a saludarte
Venimos todos con gusto
Y el placer a felicitarte.

El dia en que tú naciste
Nacieron todas las flores
Y en la pila del bautismo
Cantaron los ruiseñores.

Ya viene amaneciendo
Ya la luz del día nos dió.
Levántate de la mañana,
Mira que ya amaneció.

Dit zijn de lieve, kleine psalmen
Die koning David heeft gezongen
Maar ze waren niet zo mooi
Als de psalmen die ik nu voor jou zing.

Word wakker mijn liefje word wakker
Zie dat de zon al is opgekomen,
De vogeltjes zingen al
De maan heeft zich al verborgen.

Hoe mooi is de ochtend
Waarop ik je kom begroeten
We komen allemaal met vreugde en plezier
Om jou te feliciteren.

De dag waarop jij geboren werd
Werden alle bloemen geboren
En bij je doopvont
Zongen de nachtegalen.

Het begint al te gloren
Het daglicht beschijnt ons al
Sta op, deze ochtend
Kijk, het is al licht.

La alpaca
In deze tekst komen een paar vormen van de vergrotende trap voor:
Vraag of de leerlingen deze vormen willen onderstrepen. Begrijpen ze wat er staat? Neem de betekenis door en wijs op vervoegingen mannelijk/vrouwelijk, enkelvoud/meervoud.

Una de las lanas más finas
Las orejas más grandes que …
Más pequeña que …
Más larga que …
Más fuerte que…
Más caliente …

= één van de fijnste wolsoorten
= grotere oren dan …
= kleiner dan …
= langer dan …
= sterker dan …
= warmer …

4. Werkboek

4.1 Vul het juiste persoonlijke voornaamwoord in en vertaal daarna de zin.
Variatie: Je kunt de woorden uit deze oefening op kaartjes schrijven en uitdelen. De leerlingen kunnen dan in tweetallen of in een kring elkaar vragen stellen. Tengo la teja, ¿cómo la quieres? De ander moet dan antwoorden met: La quiero dulce. Je kunt een paar mogelijkheden op het bord zetten: salado/a, dulce, fuerte, con perfume, en un bolso. Laat de leerlingen ook zelf mogelijkheden bedenken.

4.2 Vul het juiste meewerkende voorwerp in.
Variatie: Ook dit kun je in een groep oefenen. Leerling A vraagt aan leerling B: ¿Me compras un regalo? Leerling B antwoordt: No, no te compro un regalo. Le compro un regalo a él/ella. De leerling wijst dan een ander aan. Je kunt hiermee variëren.

4.3 Vul een bijvoeglijk naamwoord in. Er zijn hier meerdere mogelijkheden. Bespreek wat iedereen heeft en geef aan waarom iets niet of wel kan. Denk weer aan de congruentie.

4.4 Het is de bedoeling dat de leerlingen hier iets in het Nederlands schrijven over de alpaca, wat ze hebben begrepen en onthouden uit het stukje tekst. Als variatie kunnen ze natuurlijk ook iets in het Spaans schrijven. Ze mogen dan alleen woordjes gebruiken die ze al kennen. Zeg dat ze korte zinnen moeten maken. Dit voorkomt dat je ingewikkelde teksten moet verbeteren en waar ze niets van leren. PORTFOLIO

4.5 Hier kunnen de leerlingen zelf een bijvoeglijk naamwoord bedenken wat bij het zelfstandig naamwoord past. Kijk hier ook wat anderen hebben. Zoek nog meer mogelijkheden.

4.6 De leerlingen weten ondertussen al aardig wat dieren. Welke allemaal?

Extra oefeningen bij hoofdstuk 4.

Prueba Je kunt deze prueba als proefwerk geven of de leerlingen het zelf thuis laten maken. Neem de antwoorden wel altijd samen door, daar leren ze van.

Vertaaloefening Ned – Spaans
1. Het is dichtbij.
2. Het is ver weg.
3. Neem de eerste straat rechts.
4. Ga rechtdoor.
5. neem de tweede straat links.
6. De bakker is op de hoek.

Vertaaloefening Spaans – Nederlands
1. Perdone, ¿hay un banco por aquí cerca?
2. Sí, sí, hay uno en la calle Mayor.
3. ¿Dónde están los servicios?
4. ¿Dónde está la oficina de correos?
5. La oficina de correos está al lado del supermercado.

1. c. gusta
2. b. rosa
3. c. muy importante
4. a. tomado
5. c. lana
6. c. ido
7. a. ha
8. b. cumpleaños

Antwoorden:
1. Está cerca.
2. Está lejos.
3. Toma la primera calle a la derecha.
4. Sigue todo recto.
5. Toma la segunda calle a la izquierda.
6. La panadería está en la esquina.

Antwoorden:
1. Pardon, is er hier een bank in de buurt?
2. Ja, er is er eentje in de hoofdstraat.
3. Waar zijn de toiletten?
4. Waar is het postkantoor?
5. Het postkantoor is naast de supermarkt.

.
9. a. ocho
10. c. español
11. b. hay
12. b. baño
13. c. qué
14. a. los
15. a. ver
16. c. escribir

Extra actividad na hoofdstuk 4
Persoon A
– vraagt waar Hotel Asturias is.
– vraagt of het ver weg is.
– vraagt nogmaals waar het is?

 

Antwoorden.
– ¿Dónde está el Hotel Asturias?
– ¿Está lejos?
– ¿Dónde está? (Cómo puedo ir?)

.
Persoon B
– zeg dat het hotel bij de zee ligt.
– zeg dat het dichtbij is. (5 minuten lopen).
– neem de 1e straat links, dan rechtdoor en daarna de 2e straat rechts, daar is het hotel.

 

– Está cerca del mar.
– No, está cerca (está a cinco minutos a pie).
– toma la primera calle a la izquierda, sigue todo recto y después la segunda calle a la derecha, allí está el hotel Asturias.

5. ¿ADÓNDE VAMOS?

Tekstboek
Luister en lees de dialoog zoals beschreven in de handleiding bij hoofdstuk 4.
Er komt een overtreffende trap in de dialoog voor:

  • es el lago más alto de Sudamérica
  • es el lago más grande (Deze staat in de tekst over el lago Titicaca.)

Je kunt hier aandacht aan besteden en nog wat voorbeelden of vragen op het bord schrijven:

  • es la lana más fina del mundo
  • tiene las orejas más grandes de todos los animales
  • es la lana más suave del mundo
  • el pelo es el más fuerte y el más caliente

Dit kun je vergelijken met het voorbeeld uit hoofdstuk 4: es más fuerte que …. Je hoeft alleen maar que erbij te zetten en het te vergelijken met iets anders.

Actividad en parejas
De leerlingen vragen elkaar waar ze naartoe zouden willen op vakantie.
Bijvoorbeeld: Me gustaría ir a Perú para ver Machu Picchu/los Andes.

Extra texto bij ¿Qué les gusta hacer a los jóvenes?
Luisa: me gusta pasar las vacaciones con mis amigos. Somos una pandilla de chicos y chicas. Casi todos los días nos encontramos y vamos por ahí. A veces paseamos un rato y vamos a tomar un refresco o a comer una hamburguesa. Nos gusta ir al cine y hacer patinaje sobre ruedas. En verano lo que más nos gusta es ir a la playa.

Tip De leerlingen kunnen een soortgelijke tekst schrijven voor in het PORTFOLIO.

Opdrachten bij de (extra) tekst:

  • Onderstreep de werkwoorden. In welke persoon staan ze?
  • Haal alle zelfstandige naamwoorden eruit. Verdeel ze in mannelijk/vrouwelijk/enkelvoud/meervoud.
  • Waar slaat les op? En me en nos? Wat voor een soort woorden zijn dat?
  • Zet de hele tekst in de derde persoon.

Actividad en parejas ¿Cómo vas de vacaciones?
Deze activiteit kun je uitbreiden met elkaar te vragen: ¿Cómo vas al colegio? Y cómo vas a la casa de tus abuelos? Etc. Zo oefenen ze nog wat meer met de vervoermiddelen.

Extra actividad (kan als huiswerk)
¿Conocéis deportes que forman parte de los Juegos Olímpicos? ¿De verano o de invierno? Haz dos grupos. Verano: …… Invierno: ……
Je kunt ook een collage laten maken die de leerlingen moeten presenteren in het Spaans, of gebruik PowerPoint. PORTFOLIO

Extra actividad – en grupo
Een persoon stelt de volgende vragen:

  • ¿Dónde vas a pasar las vacaciones? / – ¿Adónde vas de vacaciones?
  • ¿Cómo vas a viajar?
  • ¿Qué vas a llevar?
  • ¿Qué vas a hacer?
  • ¿Qué vas a comer?

De anderen schrijven op een stuk papier de antwoorden op. Geef een voorbeeld:

  • ¿Adónde vas de vacaciones? Voy a Espana.
  • ¿Dónde vas a pasar las vacaciones? Voy a pasar las vacaciones en el campo.

Vouw het bovenste stuk om en geef het papier aan degene naast je. Schrijf nu een antwoord op de tweede vraag, vouw het papier weer om en geef het door. Als je het antwoord op de laatste vraag hebt opgeschreven, vouw je het papier open en vertel je de anderen wat je in jouw vakantie gaat doen.

  • Voy a España. Voy en avión. Voy a llevar mi tienda. Voy a montar en bici. Voy a comer paella.

Gramática De tweeklank komt in dit hoofdstuk aan bod. Maak het niet te ingewikkeld. In het werkboek staan een paar oefeningen om dit te oefenen. Laat de leerlingen in tweetallen oefenen met een dobbelsteen zodat ze de vervoegingen vlot leren maken.

5. Werkboek

5.1 Beantwoord de vragen met behulp van de dialogen uit het tekstboek. Bij klassikaal nakijken is het is ook leerzaam om de antwoorden te geven zonder in je schrift te kijken.

5.2 Het is de bedoeling dat de leerlingen hun eigen activiteiten tijdens de vakantie beschrijven. Laat het ze ook uit het hoofd vertellen. Ook deze oefening kun je uitbreiden door er een collage van te laten maken, hetzij in het schrift hetzij met Powerpoint. PORTFOLIO
NB Merk op dat ook de volgende mogelijkheden correct zijn:
Me gusta esquiar/me gusta nadar/me gusta patinar/me gusta ir a un parque acuático/me gusta jugar etc. Merk op dat het wel een verschil van betekenis heeft. (Ik houd van zwemmen versus ik zou graag zwemmen.)

5.3 Dit is een oefening om de tweeklank (diptongo) goed te oefenen.
Als extra oefening kun je de leerlingen alle zinnen in de eerste (of andere) persoon laten zetten. Ze kunnen ook in tweetallen of in de kring elkaar vragen stellen met deze werkwoorden.

  • ¿A qué hora empiezas? Empiezo a las siete.
  • ¿En qué piensas? Pienso en ti.

5.4 Dit is een dialoog tussen Elena en María, waarbij de werkwoorden goed vervoegd moeten worden. De volgende woorden op het bord schrijven omdat ze niet eerder genoemd zijn:
– la comida rápida (komt in hfd 7 aan de orde) = fastfood
– grasa = vet

5.5 Bij deze oefening moeten de juiste namen of dingen gezocht worden in de dialogen in het tekstboek of in oefening 4 uit het werkboek. Als variant kun je hier de leerlingen de vragen bij de zinnen laten bedenken. ¿Quién va al lago? Dat lijkt gemakkelijk, maar als ze het uit hun hoofd moeten doen, valt dat nog niet mee.

5.6 Dit is een puzzel met de vervoegingen van werkwoorden. In de grijze vakken komt het woord patinaje tevoorschijn. Laat de leerlingen ook erbij vermelden in welke persoon het werkwoord staat: eerste, tweede of derde persoon en enkelvoud of meervoud.

5.7 Welke steden horen bij welke landen? Merk op dat de plaatsnamen en landnamen in het Spaans niet hetzelfde zijn als in het Nederlands. Kennen de leerlingen nog meer geografische namen? PORTFOLIO

Tip: Als je deze link opent, kun je gezamenlijk een leuk spel spelen met de namen van de hoofdsteden in Europa. Dat is nog niet zo gemakkelijk.

6. ¡QUÉ CUERPO CHULO!

Tekstboek
Luister en lees de dialoog zoals beschreven in de handleiding bij hoofdstuk 1 en 4.

In dit hoofdstuk komen de onregelmatige vormen van het voltooid deelwoord aan bod. Het is misschien handig om nog even te herhalen wat een voltooide tijd ook al weer was, in het Nederlands.

Laat de leerlingen de voltooide deelwoorden onderstrepen, welke zijn regelmatig en welke zijn onregelmatig? Laat de leerlingen de voltooide deelwoorden samen met het hulpwerkwoord in hun schrift opschrijven met daarachter de infinitief van de voltooide deelwoorden.

NB Extra aandacht voor het zinnetje: la gente es muy amable dat natuurlijk enkelvoud is en voor leer a la sombra en niet en la sombra. Het is ook leuk om te vermelden dat el sombrero en la sombrilla (de parasol) van het woord schaduw zijn afgeleid.

Actividad en parejas
Deze oefening kunnen de leerlingen het best wel thuis voorbereiden. Ze moeten de vragen dan in de klas aan elkaar stellen. Belangrijk is ook hier om de vragen niet lukraak uit het schrift op te lepelen. Je kunt deze oefening ook klassikaal doen. De leraar stelt de eerste vraag en de leerlingen kiezen een nieuwe vraag en een persoon aan wie ze de vraag stellen.

Nog een paar extra zinnen:

  • ¿Has hecho los deberes?
  • ¿A quién has escrito un correo electrónico?
  • ¿A quién has enviado un sms?
  • ¿Con quién has hablado por teléfono?
  • ¿A qué hora has vuelto?
  • ¿A quién has visto esta semana? El símbolo arroba

La carta
Luister en lees de brief en laat de leerlingen de voltooide deelwoorden onderstrepen.

Extra actividad
Laat de leerlingen een Spaanse e-mail op internet zoeken. Welke woorden worden gebruikt voor versturen en voor bewaren en voor doorsturen? Behandel de gebruikelijke onderdelen (Estimado profesor, …. Le saluda atentamente, …)Laat de leerlingen je een e-mail in het Spaans sturen. Als je de leerlingen zelf een e-mail stuurt, doe dat dan ook in het Spaans en zet de Nederlandse vertaling er onder. PORTFOLIO

Actividad – escribe una carta
De brief die de leerlingen moeten schrijven, kun je opnemen in het taalportfolio. PORTFOLIO

Actividad – deportes
Het is de bedoeling dat de leerlingen zeggen welke sport zij beoefenen. Als zij de naam niet kennen van deze sport verzinnen ze gewoon een sport waarvan ze de naam wel kennen. Na deze oefening kun je alle sporten op het bord zetten. Laat de leerlingen thuis de sporten opzoeken, die ze niet wisten of geef zelf de vertaling. Dat kan ook als huiswerk vooraf.
Voorbeeld: Practico el fútbol, practico la gimnasia.
Je kunt ook jugar gebruiken: juego al tenis, juego al baloncesto etc.

Extra oefening of een oefening voor een prueba (proefwerk): Zoek de 12 fouten!

Hola Elena:
¿Cómo estós? Por aquí muy bien. Ahora teno vaccaciones y esta mañanda me ha levantado tarde. Después hemos ido al piscina con la abuela. Habéis nadado y tomao el sol y jugado con una pelota en el agua. Lo hemos passado muy bien. Hemos volvido a casa y hemos comido un bocadilo. ¿Sabes a quién he vito esta semana? A Enrique. Me ha decido que quiere visitarte el año que viene. Bueno, tengo que irme. ¿Me escribas pronto?
Un abrazo de tu prima Marcela

In onderstaande brief zijn de fouten rood gemarkeerd en daarna tussen haakjes verbeterd.

Hola Elena:
¿Cómo estós (estás)? Por aquí muy bien. Ahora teno (tengo) vaccaciones (vacaciones) y esta mañanda (mañana) me ha levantado tarde. Después hemos ido al (a la) piscina con la abuela. Habéis nadado y tomao (tomado) el sol y jugado con una pelota en el agua. Lo hemos passado (pasado) muy bien. Hemos volvido (vuelto) a casa y hemos comido un bocadilo (bocadillo). ¿Sabes a quién he vito (visto) esta semana? A Enrique. Me ha decido (dicho) que quiere visitarte el año que viene. Bueno, tengo que irme. ¿Me escribas (escribes) pronto?

Un abrazo de tu prima Marcela

6. Werkboek

6.1 Hier worden de begroetingen herhaald. Welk begroetingen kennen ze nog meer? Hola en het Italiaanse ciao worden ook veel gebruikt.

6.2 Deze zinnen moeten aangevuld worden met een voltooid deelwoord en daarna vertaald worden. Ook hier kun je variëren door de persoonsvormen allemaal in de tweede persoon te zetten. Je kunt er ook vraagzinnen van maken en de leerlingen elkaar de vragen laten stellen.

6.3 De letters zijn door elkaar gegooid, de leerlingen moeten ze in de goede volgorde zetten en daarna het woord vertalen. Variatie: zet de woorden in het meervoud. De leerlingen kunnen ook zelf woorden bedenken en husselen, leuk voor een feestles. Je kunt ook galgje spelen met de groep. Kies alleen woorden uit de hoofdstukken die ze al gehad hebben of uit deel 1.

6.4 Dit is een vertaaloefening. Dit soort oefeningen kun je ook gebruiken om een overhoring te houden. Elke les beginnen met een zin vertalen of de zin als huiswerk meegeven kost niet veel tijd en levert veel op.

6.5 In de eerste kolom komt het werkwoord, in de tweede het bijbehorende zelfstandige naamwoord, gevolgd door de vertaling. Leuk om op te merken dat veel zelfstandige naamwoorden afgeleid worden van het voltooid deelwoord: la comida, la vuelta, la vista. Het is dan meestal de vrouwelijke variant. Laat de leerlingen er nog meer verzinnen.

6.6 De leerlingen schrijven 5 zinnen op over wat ze vandaag hebben gedaan, met gebruik van het voltooid deelwoord. Deze oefening kan voor het taalportfolio gebruikt worden. Als het lastig is om te vertellen wat er echt gebeurd is, mogen de leerlingen ook dingen verzinnen. In dit stadium van de taalverwerving is het spreken belangrijker dan de inhoudelijke correctheid. PORTFOLIO

6.7 Deze topografieoefening kun je zoveel uitbreiden als je zelf wilt. Je kunt groepjes maken die ieder iets over een land vertellen in het Spaans of in het Nederlands. Je kunt de leerlingen ook een werkstuk(je) laten inleveren voor een cijfer, individueel of per groepje. Laat de leerlingen gebruik maken van internet. Voor een presentatie kunnen ze Powerpoint gebruiken. PORTFOLIO

Tip: Een leuke site om de topografie van Zuid Amerika te oefenen vind je door hier te klikken. Hiermee kun je interactief landen en hoofdsteden oefenen.

Tarea: Als de leerlingen hun favoriete sport thuis opzoeken, kunnen ze met behulp van een foto hierover in de les vertellen, natuurlijk in het Spaans. Het hoeven maar een paar zinnen te zijn, vooral niet te ingewikkeld. Welke sport beoefen je? Met wie speel je? Waar speel je? Wanneer speel je? Dat zijn vragen die ze thuis kunnen voorbereiden.

7. LA COMIDA SANA

Tekstboek
Luister naar de dialoog zonder boek en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. De dialogen kunnen hierna in tweetallen geoefend worden. Vervolgens behandel je de grammatica en doe je de actividad en het juego.

Gramática De woorden muy/mucho/bueno komen aan de orde.

muy = heel/erg
mucho = veel

Muy is een bijwoord en staat voor een bijvoeglijk naamwoord of voor een bijwoord.
Mucho als bijvoeglijk naamwoord richt zich naar het bijbehorende zelfstandig naamwoord. Als bijwoord is het onveranderlijk en staat het bij werkwoorden of alleen.

Voorbeelden:

Mucha gente
Muchas hamburguesas
Me gusta mucho.
¿Te gusta bailar? – Sí, mucho.

Es comida muy rica.
Es una chica muy bonita.

Actividad – ¿sano o no?
Voorbeeldschema:
Sano
Manzana
Otras frutas
Verdura
Hacer deporte

.
.
No sano

comer mucho
fumar
hamburguesas
la comida rápida

Bedenk samen met de leerlingen nog meer dingen die gezond of juist niet gezond zijn. Ze kunnen dit ook als huiswerk thuis maken en eventueel verwerken in een collage. PORTFOLIO
Meer voorbeelden: los kiwis, fumar, los precios altos, el sol, las vacaciones, el maquillaje, ser amable, leer, hacer los deberes, los dulces, una cerveza.

Juego: Dit kun je combineren met de Actividad die ze thuis voorbereid hebben. Zo leren ze van elkaar weer nieuwe woorden. Zet nieuwe woorden altijd op het bord.

Extra juego: ¿qué come? Gebruik deze pdf voor foto’s van etenswaren. Laat de leerlingen elkaar vragen wat men eet met behulp van de plaatjes. Je kunt variëren met vragen naar kleur en smaak. Je kunt ook een schema maken voor zoet (dulce), zout (salado) en bitter (amargo) eten. Een andere mogelijkheid is om de woorden in te delen naar mannelijk en vrouwelijk.

Extra actividad – en parejas
Vraag elkaar naar de ingrediënten van verschillende gerechten.
Bijvoorbeeld: ¿Qué ingredientes tiene un taco? ¿Tiene queso? Creo que sí/creo que no tiene queso.

Extra actividad
Neem vorken, messen, lepels en servetten mee en doe er de volgende oefening mee. Geef opdrachten: Pak je lepel! Pak je mes! Pak je vork! (¡Coge el cuchillo!).
Wie het laatste pakt, is af. Je kunt met deze oefening ook het werkwoord  dar oefenen. (¡Dame un cuchillo! Te doy un cuchillo.) Je kunt ook spullen als appels, broodjes of snoepjes meenemen (decoratiefruit en ander lesmateriaal zijn bij bijvoorbeeld de Actionwinkel te koop) of laat de leerlingen zelf spullen meenemen.

Voor later Deze oefening kun je ook bij hoofdstuk 10 doen, daar behandelen we de gebiedende wijs. Dan geven we ook nog een variant op deze oefening.

Bij de groene ballon – Arabische woorden in het Spaans
Omdat de Arabieren bijna 800 jaar over een groot deel van Spanje heersten, zijn er veel woorden uit deze taal overgenomen. Het valt te verwachten dat juist de woorden die de Spanjaarden nog niet hadden, overgenomen werden uit het Arabisch. Het gaat om woorden voor planten (el algodón, el albaricoque, la alcachofa, el limón), dieren (la jirafa), beroepen (el alfarero, el albañil), maar ook huisraad (la alfombra, la almohada, el baño, la taza) en voedingsmiddelen (el aceite, el arroz, la naranja, el alcohol). In de wetgeving zijn ook termen uit het Arabisch (la aduana, el alcalde, el alguacil).

Grappig is dat het prefix –al in bijvoorbeeld alfombra het oorspronkelijke Arabische lidwoord is. Dat wisten de Spanjaarden niet en ze hebben hun eigen lidwoord er nog voor gezet. Eigenlijk staan er nu dus twee lidwoorden. Je kunt er wel gemakkelijk de Arabische oorsprong van woorden aan herkennen. (almendro, almíbar)

Tijdens de Arabische overheersing heette Spanje Al-Andaluz. Eén van de belangrijkste overblijfselen uit die tijd is het Alhambra, een middeleeuws paleis gebouwd door de Moorse overheersers in Granada. Klik hier voor meer informatie van Wikipedia over dit wereldwonder.

Het is een bijzonder gebouw, dat vele musici inspireerde. Dit kan een leuk moment zijn om de kinderen iets te vertellen over de geweldige muziek die Spanje heeft voortgebracht. Narciso Yepes speelt, als je hier klikt Recuerdos de la Alhambra.

Comer bien – Los Algos
Bied het liedje eerst aan zoals hieronder. Er zijn woorden weggelaten die de leerlingen moeten invullen. Het is ook mogelijk deze oefening te doen als ze het liedje al een beetje kennen. De hele tekst staat in het tekstboek. Op de cd is het track 23.

Comer Bien,
Los Algos

Como de todo
Como despacio
Como contigo
Porque eres mi ……………..
Tomo …………………
Tomo …………….
Como verdura y
Algún ……………
Como legumbres
Y cereales
Como ……………….. y
También carnes
refrán
Comer, comer, comer
Para poder crecer
Comer, comer, comer
……………. bien

Comer bien,
Los Algos

Ik eet van alles
Ik eet langzaam
Ik eet samen met jou
Want jij bent mijn vriend
Ik eet (neem) fruit
Ik eet (neem) vis
Ik eet groenten en
wel eens een ijsje
Ik eet peulvruchten
en graanproducten
Ik eet sla en
ook vlees
refrein
Eten, eten, eten
Om te kunnen groeien
Eten, eten ,eten
Goed eten.

Los Algos, Qué buen rollo

 

 

 

 

 

De cd van Los Algos heet ¡Qué buen rollo!

Wil je iets meer weten over Los Algos, klik dan hier.

7. Werkboek

7.1 Laat de leerlingen de vragen maken met behulp van de tekst uit het tekstboek. Daarna kunnen de leerlingen elkaar de vragen stellen, zonder in het boek te kijken.

7.2 Zeg of dingen gezond zijn of niet. Let op het gebruik van sanos of sanas (meervoud maken – met name bij zin 2 en zin 5). Leg hier eventueel de regels nog een keer uit.

7.3 Vul de zinnen aan met de woorden die boven de oefening staan en vertaal ze daarna. Laat de leerlingen ook eens de zinnen husselen. Zin 1 en 6 bijvoorbeeld: Comemos muchas zanahorias. Welke zinnen kunnen gecombineerd worden en welke niet? Waarom wel/niet?

7.4 kies uit: bien/bueno, muy/mucho. De eerste letters van de in te vullen woorden zijn gegeven. Daarna kun je de zinnetjes laten vertalen. Het is misschien handig om de leerlingen erbij te laten zeggen waarom ze dat woord gekozen hebben. Zo controleer je of ze de regels begrijpen.

7.5 Weten de leerlingen de regels nog? Na oefening 4 moet dit gemakkelijk gaan. Je weet het: herhaling is de beste didactische methode.

7.6 Bij deze oefening moeten de leerlingen een kleine dialoog maken met de gegeven woorden. Controleer of ze de woordvolgorde goed hebben.

Tarea: het loont de moeite om de site van Mc Donalds in de klas te bezoeken. Er staan veel woorden in die de leerlingen al kennen. Maar ook veel waarvan ze de betekenis gemakkelijk kunnen raden. Kijk samen eens wat er staat. Je hoeft niet alle woorden te vertalen, alleen de gangbare woorden. Woorden die je tegenkomt op deze site zijn: nuestras ensaladas, tomate, pollo crujiente, queso, atún, huevo cocido, albahaca = basilicum, en láminas = in plakjes, a tu gusto, tómatelo con tu combinación preferida, elige un sirope, ¿qué me tomo hoy? con frutas y verduras, descubre los nuevos productos, zanahorias, jamón cocido, zumo de manzana, fruta exprimida, el sabor de la manzana, un montón de energía para jugar sin parar.

Staat er iets in over gezond eten? Ja, maar niet erg uitgebreid! Misschien is dit te moeilijk voor basisschoolleerlingen, maar zeker niet voor de klassen 1 en 2 van het middelbare onderwijs. In de onderbalk kun je aanklikken: información nutricional. Daar krijg je informatie over de symbolen die gebruikt worden op de verpakkingen van de producten en hoe je die moet lezen. Voor gevorderden: de site van KFC in Spanje. Ook hier kun je in de onderbalk mapa web aanklikken en información nutricional kiezen. Je kiest welk eten je wilt, en je krijgt de voedingswaarden en hoeveelheden zout, vet etc. te zien. Dat is wel leuk!

Ejercicios de repaso – capítulo 4 – 7
1. Zet de zinnen in de juiste volgorde en geef daarna de vertaling. Bij deze oefening kun je goed zien of de leerlingen de structuur van de taal eigen gemaakt hebben. Zo nodig kun je hier de regels voor de woordvolgorde nogmaals bespreken. Wat hier ook nog helpt, is de zin eerst in het Nederlands vertalen en dan te kijken wat het in het Spaans moet zijn.

2. Kunnen de leerlingen uitzoeken wat hier staat?
1. A mí me gustan los góticos. 2. La ropa de Zara es muy chula. 3. Mi bicicleta es nueva.

NB Er zit een fout in zin drie, hebben de leerlingen dat gezien? De laatste letter moet een -a zijn en niet een -o. De vertaling van de zinnen staat niet in de oplossingen. Die kun je er zelf bijgeven.

3. Deze vragen zijn aan de leerling zelf gesteld. Ook deze oefening kun je in de klas herhalen, maar dan weer zonder hulp van het boek. Laat de leerlingen ook eens iets fantaseren. Waarom niet wonen in Parijs (París), Londen (Londres) of Madrid? PORTFOLIO

4. Deze vertaaloefening behandelt de congruentie. Herhaal hier de regels voor het bijvoeglijk naamwoord. (Woorden op –o worden –a, andere verbuigen niet.)

5. Er zitten 12 dieren verstopt in deze puzzel. Zoek ze op en schrijf ze eronder. Je kunt de leerlingen ook zelf een woordzoeker laten maken als huiswerk en die door een andere leerling laten maken. PORTFOLIO

6. De leerlingen moeten de vruchten tekenen. Het doel is hier woordkennis. Laat ze het in tweetallen doen en vragen stellen over elkaars tekening. ¿Es una pera? No, es una manzana.

7. De voltooide tijd komt weer aan bod in deze vertaaloefening. Leg eventueel nogmaals uit hoe het ook alweer zit met het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord. De stof is behandeld in hoofdstuk 2.

8. De leerlingen schrijven een brief aan een vriend van minimaal 7 zinnen. Het kan leuk zijn om de leerlingen elkaar een brief te laten schrijven of elkaars brieven in de les voor te lezen voor de spreekvaardigheid. Kijk deze oefening wel goed na, ze kunnen die niet nakijken bij de antwoorden. Hier krijg je ook een goed beeld van het niveau van de leerling. PORTFOLIO

8. HACER GIMNASIA

Tekstboek
Luister naar de dialoog zoals beschreven in de handleiding bij eerdere hoofdstukken.

Actvidad – ejercicio de yoga
Na de dialoog is het leuk de yogaoefening in groepjes te doen. Je kunt samen nog meer oefeningen bedenken. De leerlingen kunnen ze om de beurt voorlezen. Extra voorbeelden: toca la nariz, levanta el pie izquierdo.

Actvidad – para cantar
Het liedje is misschien wat kinderachtig, maar probeer ze zover te krijgen dat ze het doen. Geef zelf het goede voorbeeld. Het wordt hilarisch als het lukt. Als je een smart-board hebt, kun je meezingen. Je kunt de leerlingen ook de opdracht geven andere lichaamsdelen te zoeken en in het liedje te zetten.

Grammatica
In hoofdstuk 8 wordt de gerundio behandeld. Leg uit wanneer je deze constructie gebruikt en hoe hij gevormd wordt. Als de leerlingen al Engelse les krijgen kun je ze ook vertellen dat het de ‘ing-vorm’ is in het Engels: I am going. Daarna kun je de gerundio’s uit de dialoog laten onderstrepen en vervolgens die uit het liedje (zie de actividad op blz. 21 van het tekstboek).

Juego – el cuerpo
Bij het bespreken van het juego kun je een woordweb van het lichaam op het bord maken. Het is ook leuk om dit spel met andere thema’s te doen. Bijvoorbeeld alle sporten of alle woorden met de letter a. Laat leerlingen eens alle vrouwelijke zelfstandige naamwoorden opschrijven die ze kennen. De mogelijkheden zijn eindeloos. Dit soort oefeningen zijn ook zeer geschikt als laatste les voor een vakantie, of als de leerlingen niet zo geconcentreerd meer zijn.

Actividad – para subrayar
Onderstreep hier de gerundio als je dat nog niet gedaan hebt. Je kunt ook andere zinsdelen laten onderstrepen, zoals bijvoorbeeld alle lidwoorden. Dat kun je ook met de werkwoorden doen. Van welk werkwoord komt de vervoeging? Welke persoon is het?

Bailando, Alaska y los Pegamoides:

Me paso el día bailando
Y los vecinos mientras tanto
No paran de molestar
Bebiendo
Me paso el día bebiendo
La coctelera agitando
Llena de soda y vermut
Tengo los huesos desencajados
El fémur tengo muy dislocado
Tengo el cuerpo muy mal
Pero una gran vida social
Bailo todo el día
Con o sin compañía
Muevo la pierna, muevo el pie
Muevo la tibia y el peroné
Muevo la cabeza,
Muevo el esternón
Muevo la cadera
Siempre que tengo ocasión
Tengo los huesos desencajados
etcetera

Ik ben de hele dag aan het dansen
En de buren laten mij ondertussen
niet met rust
Aan het drinken
Ik ben de hele dag aan het drinken
De cocktailshaker aan het schudden
Vol met soda en vermout
Mijn botten zijn ontwricht
Mijn dijbeen is verrekt
Mijn lichaam is in slechte staat
Maar ik heb wel een groot sociaal leven
Ik dans de hele dag
Met of zonder gezelschap
Ik beweeg mijn been, ik beweeg mijn voet
Ik beweeg mijn scheenbeen en het kuitbeen
Ik beweeg mijn hoofd
Ik beweeg mijn borstbeen
Ik beweeg mijn heup
Wanneer ik maar kan
Mijn botten zijn ontwricht
etcetera

Los pygmoidos

 

 

 

 

 

 

 

Fuente: www.musica.com

Over Bailando
Dit lied refereert aan La Movida Madrileña; een jeugdbeweging die begin jaren tachtig de toon zette na de dood van Franco met grootse feesten in de Spaanse hoofdstad. Ze genoten van de nieuw verworven vrijheid met grote hoeveelheden drugs en drank. Op de site die hieronder genoemd wordt, kun je een artikel over la Movida Madrileña downloaden. Het artikel heeft in het tijdschrift Viva España gestaan en behandelt ook het liedje Bailando. Je kunt ook hier klikken.
www.hiekevoorberg.nl/articles/6.pdf

8. Werkboek

8.1 Zet achter de zinnen of het goede gewoontes zijn of slechte. Als variatie kun je de zinnen ontkennend maken of ze in het meervoud zetten.

8.2 Vul in welke lichaamsdelen er worden getraind. Laat de leerlingen de plaatjes in het oefenboek inkleuren. Welke lichaamsdelen worden hier nog niet genoemd? Laat de leerlingen zoveel mogelijk lichaamsdelen opschrijven. Je kunt er een spel van maken door ze één voor één een nieuwe te laten zeggen. Wie niets meer weet is af. PORTFOLIO

el cuerpo hfst 8 deel 2

Bovenstaand plaatje kun je gezamenlijk op het smart-board invullen. De goede antwoorden vind je door hier te klikken.

8.3 Er missen letters in de woorden van deze oefening. Vul ze aan. Je kunt naar aanleiding van dit spel ook galgje spelen met woorden uit de woordenlijst achterin. Kies alleen woorden uit de lessen 1 t/m 8 of uit deel 1.

8.4 Associatie: bij schoenen denk je aan voeten. Welk lichaamsdeel hoort bij deze woorden? Je kunt de leerlingen het associatiespel laten spelen. Eén noemt een willekeurig Spaans woord en de volgende in de kring moet het eerste woord noemen waaraan hij of zij denkt. Wel alles in het Spaans uiteraard.

8.5 Vragen beantwoorden. Het is ook leuk om deze opdracht in een kring te doen. Nummer 1 stelt een vraag aan zijn rechter buurman en vertelt vervolgens aan zijn linkerbuurman wat buurman rechts gezegd heeft. Vervolgens stelt de rechter buurman weer een vraag aan zijn buurman etc. De werkwoorden moeten op deze manier snel vervoegd worden.
Ejemplo: pregunta: ¿Juan, tienes el pelo corto o largo? Respuesta: Tengo el pelo largo. Repite: Juan tiene el pelo largo.

8.6 Het is de bedoeling dat de leerlingen zinnen maken met gebruik van de gerundio. Als extra oefening kun je de leerlingen zelf nog zinnen laten verzinnen. Ook kun je in de kring een werkwoordspel doen met deze vervoeging. Iemand noemt een heel werkwoord, de volgende geeft de gerundio van dit werkwoord. Je kunt daar ook mee uitbreiden door bijvoorbeeld af te wisselen met het voltooid deelwoord. Dat lijkt erop, dus goed opletten.

8.7 Vertaaloefening. Variatie kun je aanbrengen door de zinnen ontkennend te laten maken.
8. De leerlingen maken zo veel mogelijk zinnen met wat ze zien op het plaatje, met gebruik van de gerundio. Eventueel als er niet genoeg ruimte is, verder maken op een apart blaadje. PORTFOLIO.
Tip: Het is ook leuk om van de band Monedita de Oro muziek te draaien. In het liedje Nadie staan veel gerundios. Van Nadie vind je de muziek en de tekst op de site bij Extra’s, Muziek, Liedjes.

9. CULTURA: LA MÚSICA

Tekstboek
In dit hoofdstuk komt geen nieuwe grammatica aan bod. Het gaat over verschillende muziekculturen. In dit hoofdstuk worden een aantal bands en liedjes aangereikt. Klik ook eens hier voor meer informatie over de nieuwe stromingen binnen de popmuziek:

Actividad- busca
Spaanstalige liedjes van Ojos de Brujo, Los Planetas en Niños Mutantes, kun je ook vinden op de site met de teksten erbij. Hier vind je ook liedjes van Bob Esponja, Barbapapá en andere artiesten.

Indie – een wereldwijd fenomeen
Indie krijgt wereldwijd steeds meer aandacht. Het is muziek van popgroepen die zich niet willen aansluiten bij grote platenmaatschappijen. Ze produceren hun muziek zelf in eigen studio’s en brengen het via internet gratis op de markt. Hun fans hoeven dus geen cd’s te kopen om de muziek te luisteren.

Vooral in Spanje en Zuid-Amerika zijn veel Indie bands. Dit komt omdat Spaanstalige muziek veel minder aandacht krijgt van diezelfde grote platenlabels. Die kunnen meer geld verdienen aan Engelstalige muziek, die in het rijke Noord-Amerika en Europa verkocht wordt. Bands die hun muziek via internet verspreiden, verdienen hun geld door het geven van concerten en niet meer door de verkoop van cd’s. Kijk voor Indiebands uit Spanje hier.

Actividad – hablar
Je kunt de leerlingen vragen iets over hun favoriete muziek te vertellen in het Spaans. Ze kunnen een foto meenemen van hun favoriete band of zanger/zangeres.

Extra actividad – con Internet
Het is ook leuk om de leerlingen een muziekgerelateerd onderwerp op te geven om over te praten. Zo krijgen ze een mooi overzicht van verschillende soorten muziek, waar ze nog nooit van gehoord hadden. Dit kan in groepjes of alleen. Het moet wel in het Spaans en kort en simpel!
La cumbia (Colombiaanse muziek met Afrikaanse en Spaanse invloeden)
La gaita zuliana (Ritmische muziek afkomstig uit Venezuela)
Canción ranchera (Mexicaanse muziek over vaderland, liefde en natuur)
Palo de Mayo (Afro-caribische muziek uit Nicaragua en Belize)
Tex-mex música (Mexicaanse muziek met country-invloeden. Er is ook een texmex-keuken)
Over al deze onderwerpen is Spaanstalige informatie te krijgen op Wikipedia.

Tip: Je kunt ook soorten dans als onderwerp nemen: salsa, merengue, tango, chachacha, rumba, samba, paso doble. Laat de leerlingen er ook muziekfragmenten bij zoeken. Ze kunnen hier hun telefoon voor gebruiken, (mogen ze die ook eens gebruiken in de les). Als je iemand kent die een workshop Latin kan geven, is dat een leuk idee voor een kerstles of de laatste les voor een vakantie.

Actividad – dibujar
Klik hier voor een plaatje van een poppetje van de site . Dan kun je ook el pelo, el sombrero, los zapatos etcetera mee laten doen. Je kunt het plaatje ook uitprinten. Klik daarvoor hier.

Tip: Je kunt een les aan Cuba besteden. Dit land speelt een bijzondere rol in de wereldgeschiedenis. Je kunt ook de taken verdelen en elke leerling een deel laten uitzoeken. Afhankelijk van de leeftijd van de leerlingen kun je denken aan onderwerpen als: de Cubacrisis, Guantánamo Bay, Fidel Castro, Che Guevara, verschillen met het Castiliaanse Spaans, auto’s, mensenrechten, de natuur, bevolking, religie etc.

Extra informatie over Cuba bij het liedje (tarea werkboek)
Nadat Fidel Castro de macht in Cuba had gegrepen in 1959 werd al snel duidelijk dat hij van het land een socialistische staat wilde maken. Hij hervormde het staatsbestel en nationaliseerde een aantal Amerikaanse bedrijven. Hierdoor verslechterde de relatie met de VS. Hulp werd stopgezet en de suikerexport naar de VS stilgelegd. Cuba zocht steun bij andere socialistische landen zoals de USSR en China. Dit leidde tot de Cubacrisis. Toch had Castro ook veel steun onder de arme bevolking. Uiteindelijk werd het regime van Castro een totalitair bewind. Vele Cubanen ontvluchtten het land en zochten hun heil in de Verenigde Staten. Over deze tragedie gaat het lied Cuando salí de Cuba. Er staan twee versies op de site.

NB: de tekst op de cd is anders dan in het werkboek. De cursieve woorden zijn anders.

Cuando salí de Cuba

Nunca podré morirme,
Mi corazón no lo tengo aquí.
Allá me está esperando,
Me está guardando que vuelva allí.

Cuando salí de Cuba,
Dejé mi vida dejé mi amor.
Cuando salí de Cuba,
Dejé enterrado mi corazón.

Late y sigue latiendo
Porque mi tierra vida le da,
Pero llegará el dia
En que mi mano lo encontrará.
Cuando…

Let op: De volgende coupletten staan niet op de cd, wel op Youtube.

Una triste tormenta
Te está azotando sin descansar
Pero el sol de tus hijos
Pronto la calma te hará alcanzar
Cuando…

Pratend:
Cuba, aunque me encuentro lejos de ti Cuba,
Añoro el verde de tus campos
El azul de tu cielo
El agua clara de tus playas
El viento y el sol

Fuente: www.smartlyrics.com

Ik zal nooit kunnen sterven
Omdat mijn hart zich hier niet bevindt
Daar staat iemand op me te wachten
Te wachten op het moment dat ik terugkom

Toen ik uit Cuba vertrok
Liet ik mijn leven en mijn liefde achter
Toen ik uit Cuba vertrok
Liet ik mijn hart begraven achter

Het klopt en blijft kloppen
Omdat mijn aarde hem leven geeft
Maar de dag zal komen
Waarop mijn hand het vinden zal
Cuando…

Let op: De volgende coupletten staan niet op de CD, wel op Youtube.

Een trieste storm
Raakt je zonder ophouden
Maar de zon van jouw kinderen
 Zal je spoedig doen kalmeren
Cuando…

Pratend:
Cuba, ook al ben ik ver weg van jou
k mis het groen van je velden
het blauw van je hemel
het heldere water van je stranden
de wind en de zon

Extra actividad
Praat samen over het liedje (deels in het Nederlands, deels in het Spaans). Wat voor gevoel geeft het je? Wat voor soort liedje is het? ¿Te gusta la canción?

Cuba

Canción del Mariachi – Antonio Banderas y Los Lobos

Soy un hombre muy honrado que me gusta lo mejor,
las mujeres no me faltan ni el dinero ni el amor
Jineteando en mi caballo por la sierra yo me voy,
las estrellas y la luna ellas me dicen donde voy,

Ay, Ay, Ay, Ay, Ay, Ay mi amor, Ay mi morena de mi corazon,

Me gusta tocar guitara, me gusta cantar el sol,
Mariachi me acompaña cuando canto mi canción,
me gusta tomar mis copas aguardiente es lo mejor,
también el tequila blanco con su sal le da sabor.

Leuk: Antonio Banderas is Zorro in de film The mask of Zorro.

Ik ben een heel eerlijke man, die alleen maar van het beste houdt
Het ontbreekt mij niet aan vrouwen, noch aan geld, noch aan liefde
Al rijdend op mijn paard door de bergen ga ik
De sterren en de maan, die zeggen me waarheen te gaan

Ay, ay, ay, ay, Ay, ay mijn liefde, Ay mijn brunette van mijn hart

Ik houd van gitaar spelen, ik houd ervan naar de zon te zingen
Mariachis vergezellen mij als ik mijn lied zing
Ik houd van een glaasje drinken, brandewijn is het lekkerst
En ook houd ik van witte tequila, met haar zout geeft ze smaak.

Tip: Los Lobos hebben meer Spaanstalige liedjes gemaakt. Hun site is heel leuk, maar sinds kort alleen in het Engels helaas: klik hier.  Voor meer informatie over deze band kun je hier klikken. Op de cd Del este de los angeles staan vrolijke liedjes die ook leuk zijn om in de les te behandelen. Laat de leerlingen er één kiezen en er iets over vertellen.
Tip: Youtube met muziek en filmpjes.

Voorbeeld is Cucurrucucu Paloma, oorspronkelijk een Mexicaans volkslied. Dit prachtige lied wordt ook gebruikt in de film Hable con ella, van Pedro Almodóvar. Deze film is geschikt voor 14+, zeker niet jonger. Wel een must voor hispanofielen. Kijk voor meer korte films en speelfilms op deze site.

Tip: Voor jongere kinderen is het ook leuk om van Monedita de Oro muziek te draaien. Nadie werd al genoemd bij het vorige hoofdstuk. Ook Los mamás tienen radar is leuk. Van Nadie vind je de muziek en de tekst op deze site.

Ojos de Brujo Fuente: Wikipedia
De Spaanse band Ojos de brujo maakte muziek met sterke flamenco en hiphop-invloeden. De muzikanten zelf noemden het ‘Jip Jop Flamenkillo’. Het kon geschaard worden onder het genre Mestizo. Ook punkrock heeft hun stijl beïnvloed. Ojos de brujo betekent Ogen van de tovenaar, waarbij de Catalanen (de regio waar deze band vandaan komt) met brujo, een tovenaar bedoelen als een oude wijze man. De thuisbasis van deze band was Barcelona.

De band is nu verder gegaan onder de naam Lenacay.

9. Werkboek

9.1 Welk woord hoort niet in het rijtje thuis. Laat bij deze oefening ook vooral uitleggen waarom ze iets kiezen. Vraag ook altijd of er nog meer mogelijkheden zijn. Er zijn namelijk meerdere antwoorden mogelijk. Naast de betekenis kun je kijken naar vrouwelijk/mannelijk en enkelvoud/meervoud.

9.2 Welke munteenheid gebruiken ze in Zuid Amerika? Het is ook leuk om wat extra informatie te geven bij de naam van de munt. De Spanjaarden hebben in veel landen de munt ingevoerd. Daarvoor werd cacao als betaalmiddel gebruikt.

  • Argentina – c. peso Verdeeld in 100 centavos: symbool: $a 1 euro = 5,8 ARS
  • Bolivia – g. boliviano Verdeeld in 100 centavos: symbool: Bs 1 euro = 10 BOB
  • Guatemala – a. quetzal Verdeeld in 100 centavos: symbool: Q 1 euro = 10.8 GTQ.
  • De quetzal is genoemd naar de nationale vogel van Guatemala, die je op de foto ziet.
  • Paraguay – f. guaraní Vroeger verdeeld in centimos, maar dat wordt niet meer gebruikt vanwege de inflatie: symbool: 1 euro is 5,7 PYG De munt is vernoemd naar een volk dat leeft in Bolivia en Paraguay.
  • Peru – b. nuevo sol Verdeeld in 100 céntimos 1 euro = 3.7 PEN In de 19e eeuw werden zilveren soles gebruikt. Omdat ze van zilver waren, belandden ze in het buitenland in plaats van als munteenheid in omloop te blijven. Daarom werd de sol vervangen door de Boliviaanse munt. In 1900 introduceerde men het Peruaanse gouden pond, in waarde gelijk aan het Britse pond. In 1931 kreeg Peru weer een de eigen sol terug. Sinds 1975 nam de munt echter zo in waarde af, dat men besloot een nieuwe munt in te voeren. Dit werd de Inti. De naam van de munt betekent ook zon, net als sol, maar dan in het Quechua, de Indianentaal van Peru. De naam sol werd overigens niet naar de zon genoemd maar naar de solidus, een munt uit het Romeinse Rijk. Velen dachten echter dat het vernoemd was naar de zon. De zon is een belangrijk symbool in het Incarijk. In 1991 herintroduceerde men de nuevo sol.
  • Venezuela – h. bolivar Verdeeld in 100 centimos 1 euro = 5.9 VEF
    Deze munt is genoemd naar Simón Bolívar, de Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder, die aan de wieg stond van Panama, Colombia, Ecuador, Peru, Bolivia en Venezuela.
  • Costa Rica – e. colón Verdeeld in 100 céntimos. 1 euro = 700 CRC De namen van de biljetten zijn ook leuk: Die van 100 colones heet teja, die van 1000 heet rojo, de biljetten van 10.000 heten Emmas naar Emma Gamboa, een belangrijke nationale figuur.
  • España – d. euro

9.3 Hier is het de bedoeling dat de leerlingen hun eigen mening invullen over muziek. Als ze de oefening eerst thuis maken, kun je het mondeling nogmaals in de klas herhalen. Ze kunnen elkaar de vragen stellen en er op antwoorden zonder boek.

9.4 Dit is een vertaaloefening. Let op het gebruik van a in zin 8 (lijdendvoorwerps-a). Je kunt deze zinnen ook in de voltooide tijd laten zetten als alternatief.

9.5 Boven deze oefening staat Traduce. Maar de leerlingen moeten daarna ook antwoord geven op de vraag in het Spaans. Dat is een vrije oefening. Ook deze oefening kun je in de klas doen. Je herhaalt de vragen zonder boek, zodat de leerlingen spontaan moeten antwoorden.

9.6 Combineer de woorden. Dit is een oefening die de culturele kennis test. Je kunt de leerlingen (in groepjes) een kleine presentatie laten voorbereiden, liefst met een plaatje. Dit stimuleert de spreekvaardigheid weer.

9.7 Bij deze oefening schrijven de leerlingen zoveel mogelijk op over hun favoriete band. Ze moeten hun eigen woorden gebruiken. Ze kunnen deze informatie eventueel aanvullen met informatie van internet. Ook deze oefening kun je aangrijpen om in de klas de spreekvaardigheid te oefenen. De leerlingen nemen dan een foto mee van hun favoriete band en vertellen er wat over. Daarna kunnen ze elkaar er nog vragen over stellen.

Extra ejercicio. ¿Qué palabra falta?
1. ……………………………. un estilo que se llama Indie. (dos posibilidades)
2. Esta subcultura …………………………………. elementos musicales y culturales.
3. Hay muchos grupos que ……………………………. en español.
4. Bandas de ………………… éxito son Los Planetas y Niños Mutantes.
5. No es un género musical ……………………………………… el gran público.

Antwoorden:
1. Hay of Es
2. tiene
3. cantan
4. gran
5. para

10. EN EL COLEGIO

Tekstboek
Luister naar de dialoog zonder boek en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen drie leerlingen de dialoog hardop voor. De dialogen kunnen hierna in drietallen geoefend worden.

Nu doe je de oefening zoals die in de dialoog staat beschreven. Geef de opdrachten aan de leerlingen: sta op, loop naar voren, ga naar links, pak een tas, doe de tas onder de tafel, pak een pen. Door het te doen, beklijft het beter.

Let op
Dit is een TPR-oefening (Total Physical Response). Kijk voor meer informatie over de techniek van TPR op Internet.
Gramática
Het is hierbij de bedoeling dat de leerlingen het schema bij de grammatica zelf aanvullen met de gebiedende wijzen uit de tekst van de dialoog.
Actividad – en parejas
Bij de Actividad geven de leerlingen elkaar opdrachten en voeren de andere leerlingen het uit. Misschien kunnen ze er nog een paar bij bedenken?

Los números
Laat de leerlingen de cijfers van 13 tot 100 uit het hoofd leren.
Adivinanza – raadsel
Bij de adivinanza is de oplossing een pizarra (schoolbord). Met de smartboards van tegenwoordig misschien een beetje een achterhaald adivinanza want tegenwoordig zijn schoolborden natuurlijk niet meer zwart. Dan is het handig om nog een voorbeeld te geven.
1. Cuando está negro no está limpio, y cuando está limpio está azul (el mar).
2. Lo pones cuando hace sol. (un sombrero – staat in het liedje).
Beeld het zo nodig uit.

Extra Actividad
¿Haces actividades extraescolares? Laat de leerlingen opschrijven wat ze na school allemaal doen. Gaan ze naar een sport of naar iets anders? PORTFOLIO

Extra actividad
In deel 1 en ook in de vorige hoofdstukken zijn al verschillende vormen van de gebiedende wijs aan de orde gekomen (denk aan de instructies boven de oefeningen). Laat de leerlingen ze opzoeken en opschrijven en vertalen. PORTFOLIO

Extra actividad
Doe de volgende TPR-oefening: coge el lápiz, coge el boli, coge el sacapuntas, el libro, el estuche etc. (Pak je potlood, pak je pen, pak je puntenslijper, het boek, de etui.) Wie het laatste pakt, is af.

Je kunt ook (zoals in hoofdstuk 7 al is aangegeven) vorken, messen, lepels, servetten etc. meenemen en er een oefening meedoen. Bijvoorbeeld: Pak je lepel, pak je mes, pak je vork. Coge la cuchara, coge el cuchillo, coge el tenedor etc. (Hiermee herhaal je meteen weer even de woorden van hoofdstuk 7.)

Tip Het is ook leuk om zaken als appels, broodjes, snoepjes etc. mee te nemen (Decoratiefruit is bij de Action te koop.) of laat de leerlingen zelf spullen meenemen.

María Isabel Klik hier om het liedje op Youtube te horen. Het staat natuurlijk ook op de cd.

La playa estaba desierta
El mar bañaba tu piel
Cantando con mi guitarra
Para ti María Isabel (bis todo)

(Estribillo)
Coge tu sombrero y póntelo
Vamos a la playa, calienta el sol (bis)

Chiri-biri-bim, poro-pom-pom,
Chiri-biri-bim, poro-pom-pom,
Chiri-biri-bim, poro-pom-pom,
Para ti María Isabel

En la arena escribí tu nombre
Y luego yo lo borré
Para que nadie pisara
Tu nombre María Isabel (bis)
La luna fue caminando
Junto a las playas del mar, l
Tenía celos de tus ojos y tu forma de mirar
(Estribillo)

Het strand was verlaten
De zee streelde jouw huid
Speelde ik op mijn gitaar
Voor jou María Isabel

(Refrein)
Pak je hoed en zet hem op
Laten we naar het strand gaan, waar de zon lekker schijnt

Chiri-biri-bim, poro-pom-pom,
Chiri-biri-bim, poro-pom-pom,
Chiri-biri-bim, poro-pom-pom,
Voor jou María Isabel

In het zand schreef ik jouw naam
En daarna veegde ik hem weer uit
Zodat niemand over jouw
naam zou kunnen lopen
De maan ging lopen
langs het strand en de zee
Ik was jaloers op jouw ogen
En je manier van kijken
(Refrein)

la luna
el sombrero
el mar

de maan
de hoed
de zee

la arena
la guitarra
el sol

het zand
de gitaar
de zon

Extra oefeningen bij het liedje
Met elkaar pratend over de zomer in groepjes kunnen de leerlingen
een tekening maken bij de zomer. Ze schrijven dan de Spaanse
woorden op van de afbeeldingen die in de tekening voorkomen.
Por ejemplo: playa, mar, sol etc. Maak een woordweb op het bord.
Kennen de leerlingen de andere seizoenen nog?

Extra oefening
Laat de leerlingen de werkwoorden onderstrepen uit het lied en kijk of ze de infinitief van deze vervoegingen kunnen vinden of afleiden?
Por ejemplo: estaba – estar, bañaba – bañar, etc.

Juego – ik zie, ik zie, wat jij niet ziet … klik hier voor het liedje.
Je kunt hier gebruik maken van het bekende Spaanstalige liedje Veo, veo. De tekst daarvan staat hieronder. Maar dat is geen gemakkelijk lied. Je kunt het beste de eerste zinnen gebruiken en de rest weglaten.
Ejemplo: Veo, veo ¿qué ves? una cosita y ¿qué cosita es? Empieza con la “A”, ¿qué será? Bij oudere kinderen kun je het liedje weglaten en alleen de Spaanse zinnen gebruiken.

Veo Veo
Veo, veo ¿qué ves? una cosita y ¿qué cosita es?
empieza con la “A”, ¿qué será?, ¿qué será?, ¿qué será?, alefante
no, no, no, eso no, no, no, eso no, no, no es así
con la “A” se escribe amor, con la “A” se escribe adiós,
la alegría del amigo y un montón de cosas más.
Veo, veo ¿qué ves? una cosita y ¿qué cosita es?
empieza con la “E”, ¿qué seré?, ¿qué seré?, ¿qué seré?, eyuntamiento

no, no, no, eso no, no, no, eso no, no, no es así
con la “E” de la emoción estudiamos la expresíon
y entonando esta canción encontramos la verdad.
Veo, veo ¿qué ves? una cosita y ¿qué cosita es?
empieza con la “I”,¿qué serí?, ¿qué serí?, ¿qué serí?, invidia

no, no, no, eso no, no, no, eso no, no, no es así
con la “I” nuestra ilusión va intentando imaginar
cuan insolita inquietud una infancia sin maldad.
Veo, veo ¿qué ves? una cosita y ¿qué cosita es?
empieza con la “O”,¿qué seró?, ¿qué seró?, ¿qué seró?, oscuela

no, no, no, eso no, no, no, eso no, no, no es así

no, no, no, eso no, no, no, eso no, no, no. es la hora del final

Juego – ¿qué es?
Figura 1 es un bolígrafo (un boli). Figura 2 es un estuche. Figura 3 es un cuaderno. Figura 4 es una silla. Figura 5 es una pizarra (es una maestra).
Variatie: (in tweetallen) één leerling beschrijft één van de voorwerpen van de plaatjes en de andere leerling raadt welk voorwerp het is.
Por ejemplo: Es azul y es para escribir. Es un boli.

10. Werkboek
10.1 Het is de bedoeling dat de leerlingen zoveel mogelijk vormen van de gebiedende wijs uit de teksten uit dit hoofdstuk halen en de vertaling erbij zetten. Je kunt het uitbreiden door ze door het hele boek te laten zoeken. (Zie hiervoor de extra oefening aan het einde van de oefeningen.)

10.2 Een oefening met gebruik van het lijdend voorwerp en het meewerkend voorwerp.
Vraag de leerlingen ook eens om te variëren. In plaats van geef jij me? maak je ervan geeft hij me? Ja, hij geeft je.

10.3 Een vocabulaire oefening. Speel hier het spel Ik ga op reis en neem mee…. Je kunt het uitbreiden met woorden die ze al kennen.

10.4 Een vertaaloefening. Hier kun je een prachtige TPR-oefening mee doen. Neem de attributen mee en laat de leerlingen elkaar de opdrachten geven. De reactie op de complimenten kan gracias zijn, (al zal een hispanohablante een compliment altijd afzwakken). Dan kan de reactie zijn: no, no dibujo bonito. No, no soy muy ordenado/a.

10.5 Nog een vocabulaire oefening. Het is leuk om te kijken hoe moderne woorden worden vertaald. Leerlingen kunnen ook proberen zelf nog meer woorden te vinden op internet. Dit kan ook in een bredere context gezocht worden. Neem bijvoorbeeld lenguaje urbano of turbo-taal. PORTFOLIO
qué oso – wat gênant
¿qué onda? – hoe gaat het? (whats up?)

10.6 Bij deze oefening moet je de lettergrepen bij elkaar zoeken. Het kan ook gebeuren dat er meerdere lettergrepen van één woord in hetzelfde zakje staan.

10.7 Hier maken de leerlingen een woordweb met alle woorden die ze in dit hoofdstuk hebben geleerd die met school te maken hebben.

10.8 Een oefening om de tientallen te oefenen. Je kunt ook een cadena-oefening doen en telkens er iets bij op laten tellen. 4 – 8 – 12 – 16 etc. 5 – 10 – 15 – 20 etc. Let erop dat het niet te moeilijk moet zijn. Het gaat niet om hoofdrekenen, het gaat om de cijfers.

De oplossingen van de tarea PORTFOLIO
1. twitter of gorjear, parlotear, trinar
2. Mercado

3.pincha en/sobre =
el acceso =
quitar =
el destinatario =
el anexo =
enviar =
inalámbrico (wíreles) surfen =
agrégate =
matricularse =
twitear (sobre) =
la cuenta =
el fichero/el archivo =
el guión bajo =

klik op
de toegang
verwijderen
ontvanger
bijlage
sturen
draadloos
schrijf je in
inschrijven
twitteren (over)
account
het bestand
underscore

el portátil =
la contraseña/clave =
la barra =
el Jotmeil =
el fichero =
el mensaje =
navegar por Internet =
el usuario =
la carpeta =
el twitero =
la barra de herramientas =
la pantalla táctil =
la arroba =

de laptop
het wachtwoord
de slash
hotmail (niet officieel)
het bestand
het bericht
op internet surfen
gebruikersnaam
map
de twitteraar
werkbalk
touchscreen
apestaartje

4. Ja, er is een marktplaats in Spanje voor Nederlanders: www.spanjemarktplaats.nl.

Extra oefening
We hebben in deel 1 en in de vorige hoofdstukken al verschillende werkwoorden in de gebiedende wijs gezien. Kun je vinden welke? Schrijf ze op met de vertaling

1. haz (frases) – maak (zinnen)
2. responde – beantwoord
3. traduce – vertaal
4. combina – combineer
5. elige – kies (staat fout in het boek)
6. escribe – schrijf
7. relleña – vul in

8. contesta – beantwoord
9. colorea – kleur
10. termina – maak af
11. busca – zoek
12. subraya – onderstreeep
13. lee – lees
14. comprende – begrijp

15. escucha – luister
16. levanta – hef op
17. salta – spring
18. mueve – beweeg
19. toca – raak aan

11. FUIMOS AL CINE

Tekstboek
Luister naar de dialoog zonder boek en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. De dialogen kunnen hierna in tweetallen geoefend worden.

In dit hoofdstuk behandelen we de indefinido.
Tip Besteed extra aandacht aan de vertaling. In het Nederlands zeggen we het namelijk vaak anders; we gebruiken vaker het voltooid deelwoord.
Tip Vermeld ook dat de wij-vorm van werkwoorden die eindigen op –ar en –ir hetzelfde zijn als in de tegenwoordige tijd. Compramos betekent wij kopen, maar ook wij kochten. Vivimos betekent wij wonen, maar ook wij woonden. In het werkboek staan veel oefeningen om de indefinido te oefenen. Geef ook het rijtje van ir: fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron.

Actividad – dibuja un reloj
Herhaal hier eerst hoe het ook alweer zat met klokkijken. Daarna kun je deze oefening doen en kijken of de leerlingen het nog weten.

Juego
Bespreek in tweetallen wie er in welk huis woont of heeft gewoond met gebruik van de aangegeven personen. Weten de leerlingen wie de bewoners zijn of waren?
Bij oudere leerlingen kun je de volgende zinnen op kaartjes schrijven zonder naam en uitdelen. Als één leerling een kaartje voorleest, weten de anderen dan over wie het gaat?
1 La piña de Bob Esponja
Es una esponja marina rectangular que vive en Fondo de Bikini.
Su casa es una piña, donde vive con su mascota caracol Gary. Trabaja en el Crustáceo Crujiente. Su amigo se llama Patricio Estrella.
Voor meer informatie klik hier.
2. Casa Batlló en Barcelona
Es un edificio del arquitecto Antoní Gaudí, representante del modernismo catalán. El industrial José Batlló vivió en la casa entre 1906 y 1955. La fachada está cubierta con mosaicos, las columnas parecen ser las patas de un dragón. El tema central viene de la historia del patrón de Cataluña, San Jorge (Joris en de draak) La casa es propiedad de la familie Bernat, antiguos dueños de Chupa Chups.
Voor meer info klik hier.
3. Palacio de Buckingham
Es la residencia oficial del monarca británico en Londres. El palacio es usado para ceremonias y visitas de Estado, visitas turísticas y como residencia por parte de la reina Isabel II.
achterhuis boek4. Achterhuis de Anne Frank
La casa de Ana Frank está en Ámsterdam. Es un museo dedicado a la diarista Ana Frank, que se ocultó de la persecución nazi con su familia y cuatro personas más en los cuartos ocultos al fondo del edificio.
5. Villa Villekulla de Pippi Calzaslargas
Pippi Calzaslargas es un personaje literario creado por la escritora sueca Astrid Lindgren. Es huérfana de madre, y su padre es un pirata rey de los congoleses. Pippi vive en su casa llamada Villa Villekulla, acompañada únicamente de sus mascotas. Es característico su cabello rojo, peinado en dos trenzas levantadas hacia arriba por espíritu de contradicción. Es una niña imaginativa y rebelde.
6. La Casa Blanca
Está en Washington D.C. y es la residencia oficial y el principal lugar de trabajo del presidente de los Estados Unidos. Fue construida en 1790 por un arquitecto irlandés, James Hoban.
7. Casa de Barbapapá
Barbapapá es un personaje de color rosa que puede adoptar cualquier forma, aunque casi siempre tiene forma de pera. Barbapapá hace un viaje por algunas partes del mundo en busca de otro ser de su misma especie. Al regresar a su casa conoce a una mujer de su especie, de color negro, que se llama Barbamamá. Tienen siete hijos de distintos colores que también pueden cambiar de forma.
Klik op deze link voor meer filmpjes.

Actividad – cadena
Deze oefening kun je iets uitbreiden door de leerlingen ook te laten zeggen hoe laat de film afgelopen was. Por ejemplo: Terminó a las …

11. Werkboek

11.1 Bij deze oefening is het de bedoeling dat de leerlingen het persoonlijk voornaamwoord met de juiste vervoeging van het werkwoord combineren. Je kunt deze oefening ook heel goed in de klas herhalen zonder boek. Hoe sneller de leerlingen kunnen schakelen, hoe gemakkelijker ze zullen spreken. Ook hier kun je ze weer met een dobbelsteen laten oefenen.

11.2 De leerlingen zoeken de juiste ballonnen bij elkaar. Je kunt het woord tostada (geroosterde boterham) even op het bord schrijven.

10.3 Nog een oefening om de indefinido te oefenen door de fouten te zoeken. De vervoeging van het werkwoord klopt niet met het persoonlijk voornaamwoord.

10.4 Dit is een vertaaloefening. Wijs nogmaals op de tijdsuitdrukkingen die in sommige zinnen staan. Bij woorden als: gisteren en vorige week krijg je altijd de indefinido. Noem nog een paar voorbeelden van dit soort woorden: vorig jaar, in 2006, afgelopen maandag.

10.5 Bij deze oefening wordt gevraagd naar het leven van de leerlingen zelf. Het is natuurlijk het beste als de leerlingen met hele zinnen antwoord geven zodat ze de werkwoorden oefenen. Por ejemplo: zin 1. Hace dos años viví en …..
NB Bij zin 5 moet je wel uitleggen dat je met het werkwoord jugar een spellingsaanpassing krijgt, namelijk de u na de g.

10.6 Nog een oefening om de tijden te herhalen. Vooral voor jonge leerlingen is klokkijken nog niet zo gemakkelijk.

Extra: Bij oudere leerlingen kun je ingaan op het fenomeen tijdzones.
De aarde draait in 24 uur om haar as. Als we de aarde in 24 zones willen indelen is theoretisch iedere tijdzone van één uur 360°/24 = 15° breed. Toch zijn er ook landen die met halve uren rekenen en zelfs met kwartieren. Daarom is het bijvoorbeeld in Venezuela 5,5 uur vroeger dan in Nederland. Brazilië kent wel vier tijdzones. Hoe laat kun je naar Zuid-Amerika bellen zonder iemand uit zijn bed te bellen?
Kijk ook eens op deze site voor meer informatie.
wereldtijden
Voor een Spaanstalige site kun je hier klikken.

Tarea: het liedje van Bob Esponja staat ook op onze site. Klik hier om het te openen in Youtube.

¿Están listos, chicos?
¡Sí, capitán, estamos listos!
No los escucho.
¡Sí, capitán, estamos listos!

UUUUUUUUUHHHHHHHHH

Vive en una piña debajo del mar
– Bob Esponja –

Su cuerpo absorbe y sin estallar
– Bob Esponja –

El mejor amigo que podrías desear

– Bob Esponja – Y como un pez le es fácil flotar

– Bob Esponja – (4x) ¡Vamos!Él es Bob Esponja-

12. ¿QUÉ PASÓ AYER?

Tekstboek
Luister naar de dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Nu kun je de dialoog in tweetallen oefenen.

In dit hoofdstuk gaan we nogmaals oefenen met de indefinido en het gebruik van de wederkerende werkwoorden. Besteed aandacht aan het blauwe ballonnetje boven de grammatica. Sommige werkwoorden zijn in het Spaans wederkerend en in het Nederlands niet. Por ejemplo: wakker worden (despertarse), opstaan (levantarse) en naar bed gaan (acostarse). Andere werkwoorden zijn zowel in het Spaans als in het Nederlands wederkerend zoals zich douchen en zich aankleden.

Bij het grammaticablokje is het de bedoeling dat de leerlingen zelf de niet ingevulde vormen afleiden. Door de ervaring die ze ondertussen hebben opgedaan met het vervoegen van werkwoorden, moet dit geen problemen opleveren. Laat de leerlingen ook deze werkwoorden opschrijven met de vormen van de indefinido. Geef nog twee werkwoorden waar ze een rijtje van moeten maken, por ejemplo: ducharse en sentarse (gaan zitten – komt voor in werkboek oefening 3).

Extra actividad – bij de dialogen
Laat de leerlingen alle werkwoordsvormen onderstrepen. Daarna aangeven of het ‘presente’ (tegenwoordige tijd) of ‘indefinido’ is. Als extra oefening kunnen ze de rijtjes opschrijven van de werkwoorden in de indefinido. Vermeld wel even dat er een aantal onregelmatige werkwoorden voorkomen: hiciste – hacer, fui – ir, estuve – estar. Deze werkwoorden worden in hoofdstuk 15 behandeld maar je kunt ze wel alvast even aanstippen.

Actividad – en parejas
Deze actividad is ook als schrijfopdracht te gebruiken voor het portfolio. Maar het is belangrijk dat de leerlingen deze actividad eerst doen als spreekoefening. Zet nieuwe woorden op het bord. PORTFOLIO

Juego – adivina
Je kunt nog wat handvatten geven als: es …. grande/pequeño/de color …
Sirve para … (het dient voor…) Por ejemplo: sirve para dormir, sirve para escribir, etc.
Nog een voorbeeld: no es muy grande, está en la cocina o en el salón, sirve (es) para sentarse, está al lado de la mesa. Es una silla.

La canción pimpón

Pimpón es un muñeco
Muy guapo, de cartón
Se lava las manitas (carita)
Con agua y con jabón

Se desenreda el pelo
Con peine de marfil,
Y aunque no le gusta,
No llora ni hace así

Pimpón dame la mano Pimpón
con un fuerte apretón
que quiero ser tu amigo,
Pimpón, Pimpón, Pimpón

Y cuando las estrellas
comienzan a salir
Pimpón me da la mano,
Pimpón se va a dormir

Klik hier om het youtube-kanaal te openen.

Pimpón is een pop
heel knap (mooi), van karton
Hij wast zijn handen
met water en met zeep

Hij haalt zijn haar uit de klit
met een ivoren kam
en hoewel hij daar niet van houdt,
huilt hij niet

Pimpón geef me je hand
met een stevige greep
ik wil je vriendje zijn,
Pimpón, Pimpón, Pimpón

En als de sterren
beginnen te schijnen
geeft Pimpón me zijn hand
en gaat hij lekker slapen

12. Werkboek

12.1 Bij deze oefening is het de bedoeling dat de leerlingen vragen beantwoorden over de tekst (1 – 7) en over zichzelf (8 – 9).
Tip Cadena: de leerlingen vragen elkaar om de beurt hoe laat ze normaliter gaan slapen of opstaan.

12.2 Het eerste gedeelte van de zinnen staat in de tegenwoordige tijd. De leerlingen moeten de zin in de indefenido zetten. Ook als de leerlingen thuis zelf hun huiswerk nakijken, is het belangrijk om deze oefening samen na te kijken. Het is nog een moeilijke constructie.

12.3 Dit is een meerkeuze oefening die slaat op de leerlingen zelf. Ook deze oefening leent zich voor een spreekvaardigheidsoefening in de kring. Verzin er nog een paar vragen bij. Por ejemplo: ¿Cuándo te duchas? ¿Qué comes en el desayuno? De leerlingen kunnen ook thuis
vragen voorbereiden voor een klasgenoot en in de klas oefenen.

12.4 Dit is een leesvaardigheidsoefening. De leerlingen lezen een stukje
tekst en beantwoorden de vragen. Wijs erop dat de leerlingen de
vervoegingen van de werkwoorden kunnen laten staan omdat het allemaal in de 3e persoon staat! Of misschien ontdekken ze het zelf?

12.5 Dit is een oefening over de leerlingen zelf en is bedoeld om in de klas te herhalen. Dit stimuleert de spreekvaardigheid. Geef wel de werkwoorden nacer en casarse. Op de site komt binnenkort extra lesmateriaal dat hier bij hoort.

12.6 Bij deze vertaaloefening kun je variëren door de leerlingen te vragen hun eigen gegevens in te vullen. Dit kun je klassikaal doen in een conversatie. ¿Cuándo naciste tú? ¿Cuándo te acostaste tú ayer? ¿Dónde vive tu abuela. ¿Tuvieron gatos tus tíos?

12.7 Kunnen de leerlingen eruit komen? Laat ze zelf ook eens zo’n raadsel maken. PORTFOLIO

13. EL BARRIO

Tekstboek
Luister naar de dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Dan lezen de leerlingen de dialoog in tweetallen nogmaals.

Imperfecto
In dit hoofdstuk introduceren we het gebruik van de imperfecto. Nadat de leerlingen de dialoog hebben gelezen, kunnen ze de imperfectos uit de dialoog onderstrepen en zeggen van welke infinitief ze afkomstig zijn.

Voorzetsels
Behalve aan de imperfecto, wordt in dit hoofdstuk ook aandacht besteed aan de voorzetsels. Laat de leerlingen de voorzetsels die in de dialoog worden gebruikt ook onderstrepen. Daarna kun je de juego doen.

Juego – ¿dónde está?
Vraag aan elkaar: ¿dónde está la chica?
Ejemplo: figura 1: la chica está al lado de la mesa.
Extra actividad: Je kunt van de juego ook goed een TPR-oefening maken. De leerlingen moeten elkaar dan opdrachten geven en uitvoeren met gebruik van voorzetsels in hun opdrachten.
Ejemplo: ¡Pon el libro detrás del boli!

Texto El Chavo
Bij deze tarea zoeken de leerlingen meer informatie over de serie. Voor meer informatie over El Chavo, klik hier. Om een filmpje uit deze serie te zien, kun je hier klikken.

Actividad – en parejas
De leerlingen geven in groepjes een beschrijving van hun huis. Zeg erbij dat ze alleen woorden gebruiken uit dit hoofdstuk en woorden die ze al kennen. Ze moeten het niet te moeilijk willen maken. De andere leerlingen kunnen ook vragen stellen over het huis. Ze kunnen hun verhaal daarna uitschrijven en gebruiken voor het portfolio. PORTFOLIO

Actividad – vraag aan elkaar
In deze oefening gaan ze echt met het gebruik van de imperfecto aan de slag. Het is handig deze oefening te doen nadat ze de eerste 3 oefeningen uit het werkboek hebben gemaakt en zo voldoende met de imperfecto-vormen bekend zijn.

13. Werkboek

13.1 Een invuloefening met de imperfecto. De infinitief wordt gegeven en de leerlingen moeten de juiste vervoeging bij de verschillende persoonsvormen invullen. Als extra oefening kunnen de leerlingen deze oefening ook nog in het meervoud zetten.

13.2 De leerlingen moeten kiezen uit de werkwoorden die boven de oefening worden gegeven. Ook deze oefening kan in het meervoud gezet worden.

13.3 Bij deze oefening moet de tegenwoordige tijd omgezet worden in de imperfecto. De leerlingen moeten goed kijken welke persoonsvorm het is. Benadruk nogmaals dat sommige woorden vaak een imperfecto krijgen zoals antes, siempre, todos los días. Weten de leerlingen nog meer voorbeelden van dit soort woorden?
Ejemplos: a menudo, a veces, cada día, cada semana, cada mes, cada año, con frecuencia, todo el tiempo, de vez en cuando, en aquella época, frecuentemente, generalmente, muchas veces, mucho, normalmente.

13.4 Dit is een oefening met de voorzetsels. Het is leuk als de leerlingen deze plaatjes inkleuren. Dan kun je er meteen een oefening aan vastkoppelen: ¿Qué color tiene el vestido de Elena?voorzetsels

Tip: Als je hier klikt, kun je plaatjes met een voorbeeld uitprinten van het gebruik van de voorzetsels.

13.5 Hierbij moeten de indefinidos omgezet worden in imperfectos. Als extra oefening kunnen de leerlingen vragen maken voor elkaar met de oefening als basis.
Ejemplo: ¿Cuándo viviste en Barcelona? ¿A qué hora cenaste ayer?

13. 6. Bij deze oefening worden twee persoonsvormen gegeven. De leerlingen moeten kiezen welke de goede is. Besteed extra aandacht aan de derde zin: de imperfecto van hay is había en niet habían. Geef hierbij nog wat extra voorbeelden: Había tres perros en el parque. Había muchos turistas en Barcelona.

13.7 Een vertaaloefening met de voorzetsels. Weten ze ze allemaal al uit het hoofd?

13.8 Een heel kleine oefening met linksaf en rechtsaf. De uitspraak van izquierda is vaak lastig. Laat iedereen om de beurt het woord uitspreken. Dan doen ze het nooit meer fout. Gaat het heel goed? Dan doe je het steeds sneller. Je kunt ook dit op het bord schrijven: [ieskie-jerda]

Extra juego: Als de leerlingen in rijen zitten of staan, kun je het volgende spel spelen. Hierbij oefen je de volgende woorden: a la izquierda, a la derecha, hacia delante, hacia atrás en al fondo (helemaal naar de achterste rij). Eén leerling zegt een van deze woorden, bijvoorbeeld a la derecha. De leerling rechts van hem is dan aan de beurt en zegt weer een woord. Dit wordt leuker naarmate de groep groter is. Ook hier is het de snelheid die het spel leuk maakt. Je kunt er een dansje van maken. Ook het spel Twister leent zich hier goed voor.

Extra oefening – vertaal

  • Ik eet niet alleen appels maar ook sinaasappels.
  • Wij bezochten niet alleen de Sagrada Familia, maar ook het Miró-museum.
  • Zij woonden niet alleen in Madrid, zij werkten er ook.
  • Jullie begrijpen het Spaans niet alleen, jullie spreken het ook.
  • Jij bent niet alleen knap, je bent ook nog heel intelligent.

Soluciones:

  • No sólo como manzanas, sino también naranjas.
  • No sólo visitamos la Sagrada Familia, sino también el museo de Miró.
  • No sólo vivían en Madrid, sino también trabajaban ahí.
  • No sólo entendéis el español, sino también lo habláis.
  • No sólo eres guapo/a, sino también eres muy inteligente.

Extra grammatica:
Está listo/lista. = Hij/zij is klaar.
Es listo/lista. = Hij/zij is slim.

Tarea: voor meer informatie over El Chavo, klik hier.

14. VAYA COTILLEO o ¿un corazón roto?

Tekstboek
Luister naar de eerste dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee of drie leerlingen de dialoog hardop voor. Daarna lezen de leerlingen de dialoog in twee- of drietallen nogmaals. Behandel nu eerst de grammatica en doe een actividad en juego voordat je de volgende dialoog doet. Anders kan het te veel worden.

In de dialogen worden de verschillende verleden tijden door elkaar gebruikt. Laat de leerlingen de verleden tijden onderstrepen en erbij zeggen welke verleden tijd het is: presente perfecto, indefinido of imperfecto. Kunnen ze uitleggen waarom juist deze tijd wordt gebruikt?

Bij de gramática komt kort het gebruik van ser/estar/hay aan de orde zowel in de tegenwoordige tijd als in de verleden tijd. Omdat er veel grammatica is behandeld in de afgelopen hoofdstukken is er in dit hoofdstuk voor gekozen niet te veel grammatica te behandelen. Zo kunnen de leerlingen oefenen met het gebruik van de verschillende verleden tijden. Als het nodig is, kun je wel extra informatie geven over het gebruik van ser/estar/hay. Je kunt hier gebruik maken van de informatie op pagina 49 van het tekstboek.

Actividad – cadena
Bij deze actividad focussen de leerlingen op het verzinnen van steeds andere bijvoeglijke naamwoorden, maar ze herhalen daarbij steeds een vorm van de imperfecto. Daardoor wordt het gebruik van deze tijd geïnternaliseerd.

Juego – ¿quién? ¿cuándo?
Bij dit juego is het de bedoeling dat de leerlingen vertellen wie de personen op de foto’s zijn en wanneer ze zijn geboren. Zo oefenen ze goed met de verleden tijd en de getallen.
Tip: Je kunt de leerlingen in groepjes of individueel iets laten vertellen in het Spaans over één van de personen van de foto. Ze kunnen dat kort in de klas vertellen en zo hun spreekvaardigheid vergroten. PORTFOLIO

La Sirenita – Bésala Klik hier om de link naar Youtube te openen. Het staat natuurlijk ook op de cd.

Ella está, ahí sentada frente a ti
No te ha dicho nada aún,
Pero algo te atrae
Sin saber por qué te mueres por tratar
De darle un beso ya

Sí, la quieres, si la quieres mírala
Mírala y ya verás, no hay que preguntarle
No hay que decir, no hay nada que decir
Ahora bésala

Sha la la la la la
¿Qué pasó?
Él no se atrevió
Y no la besará

Sha la la la la la
¡Qué horror!
Qué lástima me da
Ya que la perderá

Me siento mal por no saber tu nombre.
A ver si adivino. ¿Te llamas Mildred?, está bien, ¿ no?
Tal vez Diana, o Raquel (Ariel, se llama Ariel) ¿Ariel?
Ariel, es muy bonito. Está bien, Ariel.

El momento es
en esta laguna azul
Pero no esperes más
mañana no puedes
No ha dicho nada y no lo hará
si no la besas ya

Sha la la la la la
¡Por qué temer!
No te iban a comer
Ahora bésala

Sha la la la la
Sin dudar
No lo evites más
Ahora bésala

Sha la la la la la
Por favor
Escucha la canción
Ahora bésala

Sha la la la la la
Es mejor, que te decidas ya
Ahora bésala
Bésala, (5x)

Daar is zij, zij zit tegenover jou
Zij heeft je tot nu toe nog niets gezegd, maar
Iets trekt je aan
Zonder te weten waarom je dood zal gaan
Als je probeert haar al een kus te geven

Ja, je houdt van haar, als je van haar houdt, kijk dan naar haar
Kijk naar haar en je zult zien, het is niet nodig
haar te vragen, niet nodig iets te zeggen, er is niets te zeggen
Nu moet je haar kussen

Shalalalalala
Wat gebeurde er?
Hij durfde niet
En hij zal haar niet kussen

Shalalalalala
Wat erg!
Wat vind ik het jammer
Nu zal hij haar verliezen

Ik vind het vervelend dat ik je naam niet weet.
Eens kijken of ik het raad. Heet je Mildred?
Dat is het, nietwaar?
Misschien
Diana of Raquel (Ariel, ze heet Ariel) ¿Ariel?
Ariel, dat is erg mooi, Dat is het, Ariel.

Het is het moment,
In deze blauwe lagune
Maar wacht niet langer
Morgen kun je niet meer
Ze heeft niets gezegd en zal dat ook niet doen
Als je haar nu niet kust

Shalalalalala
Waarom die angst?
Ze gingen je niet opeten
Kus haar nu

Shalalalalala
Zonder te twijfelen
Vermijd het nu niet meer
Kus haar nu

Shalalalalala
Alsjeblieft
Luister naar dit lied
Kus haar nu

Shalalalalala
Het is beter dat je nu beslist
Kus haar nu
Kus haar (5x)

Extra oefening bij het liedje (Klik op de link bij het liedje)
Laat de leerlingen de volgende elementen van het lied onderstrepen en bespreek ze:
* Het gebruik van si in het tweede couplet, bewuste woordspeling met de twee betekenissen van si: ja en als (als je het alleen hóórt, heb je geen last van accenten).
* Het gebruik van geplakte persoonlijke voornaamwoorden: darle, mírala, preguntarle, bésala. Daarnaast staan er ook persoonlijke voornamen los: te ha dicho, te atrae, te mueres, la quieres, él no se atrevió, la besará, me da, la perderá. No lo hará. Vraag aan de leerlingen waarom dit zo is.
* Er worden verschillende tijden gebruikt. Bespreek de tijden die we al behandeld hebben:
sentada (voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt), ha dicho, atrae, saber, te mueres, dar, quieres, hay que preguntar/decir, no hay nada, (Wat is het verschil tussen hay que en hay?), da, es, puedes, besas, temer, comer, dudar

Tekst bij het filmpje
Op het bijbehorende Youtube-filmpje hoor je ook een grappig stukje
tekst van de film. Hieronder staat de tekst.

Flounder:
Scuttle:
.
.
Eric:
Sebastián:

Hazte a un lado, tus plumas me tapan, no puedo ver nada.
No está pasando nada. Solo queda un día y no le ha dado ni un solo besito.
Ah, está bien, la situación requiere de una romántica estimulación auditiva.
¡Avance a un lado!
Debería liberar a ese pobre animal del sufrimiento.
Estoy rodeado de aficionados. Cuando quieres algo bien hecho, lo tienes que hacer tú mismo. Primero hay que inspirar el amor: percusión, cuerdas, viento, letra.

Voor het uitprinten van de onderstaande invuloefening voor de leerlingen kun je hier klikken.

Flounder: Hazte a un lado, tus plumas me tapan, no …………………………… ver nada.
Scuttle: No está pasando ………….. Solo queda un día y no le ha dado ni un solo ……………………
Ah, …………. bien, la situación requiere de una ………………………..estimulación auditiva.
¡Avance a un lado!
Eric: ……Debería liberar a ese pobre animal del sufrimiento.
Sebastián: ………………….. rodeado de aficionados. Cuando quieres algo bien hecho, lo tienes
que ………………… tú mismo. Primero hay que inspirar ………… amor: percusión,
cuerdas, viento, ………………………..

Los números 100 – 9999
In dit kader worden de getallen tot 10.000 behandeld. Het is wel aan te raden om hier wat oefeningen mee te doen zoals bijvoorbeeld hieronder.

Extra oefening met cijfers
Doe een cadena-oefening waarbij je bijvoorbeeld alleen de tientallen laat opnoemen. Je kunt ook steeds vijf erbij optellen. Maak de rekensommen niet te moeilijk. Snelheid is hier ook een belangrijke factor. Je kunt ook in groepjes met twee dobbelstenen laten gooien. Het getal moeten de leerlingen er steeds bij optellen.

Lestip: Begin of eindig elke les met een korte tel-oefening. Cijfers blijven altijd moeilijk!

Actividad – hay/estar
Eens kijken of de leerlingen het verschil in gebruik een beetje door hebben. Kunnen ze er ook verleden tijd van maken?

Juego – de memoria
Dit juego is een variatie op het spelletje: ik ga op reis en neem mee.
De leerlingen voegen elke keer een woord toe. Ook hier wordt de imperfecto geoefend door het steeds te herhalen. Let er dus ook op, dat de leerlingen dat werkwoord steeds herhalen. Het moet geen opsomming worden van zelfstandige naamwoorden.

14. Werkboek

14.1 In deze gekke zinnetjes zitten werkwoorden verstopt. De leerlingen zoeken de verstopte werkwoorden en schrijven ze volgens het voorbeeld op. Eerst het werkwoord onderstrepen, daarna het werkwoord opschrijven met erachter welke persoon het is, daarna de infinitief van het werkwoord, de vertaling en vervolgens wat voor tijd het is, erachter. Let erop dat er geen accenten vergeten worden.

14.2 Zoek de juiste teksten bij de tekeningen.
Laat de leerlingen daarna de werkwoorden met de infinitieven erachter opschrijven. Welk woordje maakt nu dat de indefinido gebruikt wordt? Schrijf die woordjes ook op. Ter aanvulling kun je de leerlingen een zin laten afmaken met een tijdsbepaling erin.
Ejemplo: Ayer ….. Ayer salí con una amiga.

14.3 De leerlingen zoeken het juiste werkwoord bij de juiste zin. Let hier ook goed op de accenttekens.

14.4 Bij deze oefening is het de bedoeling dat de leerlingen met een ontkenning antwoord geven, volgens het aangegeven voorbeeld. Leer ze dat de eerste en derde persoon bij de imperfecto hetzelfde is.

14.5 Bij deze oefening komt de behandelde grammatica aan bod. De leerlingen geven aan of ze estar of hay moeten gebruiken in de zinnen en geven na de zin de imperfecto vorm. Het is aan te raden even één zin samen met de klas te doen. Bijvoorbeeld de eerste zin:
zin 1. Elena y Zorro están en el parque. Estaban.
Leg zo nodig ook uit hoe het ook al weer zat met ser/estar/hay. De leerlingen kunnen ook kijken op pagina 49 van het tekstboek.

14.6 In de helft van de ballonnen staan de getallen voluit geschreven, in de andere helft als getal. De leerlingen moeten de juiste ballonnen bij elkaar zoeken. Ze kunnen er zelf nog een paar bij maken en dan moet een andere leerling ze bij elkaar zoeken. Je kunt ook een bingospel aanschaffen bij de speelgoedzaak. Die zijn verrassend gunstig geprijsd. Deze spelletjes gaan met getallen tot en met honderd. Je moet als je het speelt de leerlingen ook zelf de cijfers laten oplezen. Zo leren ze het actief en passief.

14.7 Bij deze oefening moeten de leerlingen de getallen erachter zetten en dan laten oplopen van klein naar groot. De eerste wordt dan: 1. b 59. Ze kunnen eerst even het getal met potlood opschrijven, om ze daarna in volgorde te kunnen zetten. Daarna kun je de oefening hardop in de klas doen. Het hardop uitspreken van de getallen is sowieso erg belangrijk.

Tarea
Superman werd geboren als Kal-El, zoon van de wetenschapper Jor-El, op de planeet Krypton. Deze planeet stond op het punt te ontploffen, waardoor Supermans ouders besloten hem te evacueren met een ruimteschip. Dit schip werd naar de Aarde gestuurd aangezien deze planeet eveneens een perfect leefklimaat had voor Kryptonianen. Op aarde landde het schip net buiten het kleine dorpje Smallville, waar de Jonge Kal-El werd gevonden en geadopteerd door Jonathan en Martha Kent. Zij noemden hem Clark Kent.

Terwijl hij opgroeide, ontdekte hij dat hij krachten bezat ver boven die van de gewone man. Als volwassen man besloot Clark met deze krachten de misdaad te bevechten. Hij verhuisde naar de stad Metropolis, waar hij een baan als journalist nam bij de krant Daily Planet-krant. Daar werkt hij samen met journaliste Lois Lane, met wie hij een romantische relatie onderhoudt.

Antwoorden van de Tarea.superhombre
De niño Superhombre vivía en Jor-El, una ciudad en el planeta Krypton.
Sus padres quedaron en Krypton.
No está casado, sino tiene una relación amorosa con Lois Lane, una colega.
El nombre que tenía de niño era Kal-El. Su nombre en nuestro planeta es Clark Kent.

15. EL DUELO

Tekstboek
Luister naar de dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen.  Luister nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen  twee of drie leerlingen de dialoog hardop voor. De leerlingen kunnen ook de dialoog in twee- of drietallen nogmaals oefenen. Behandel hierna de  grammatica, juego en actividad en de volgende dialoog.

Actividad – teatro
De dialogen lenen zich erg goed om er een toneelstukje van te maken. Dit kun je op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld in drietallen het toneelstukje oefenen en opvoeren, de beste uitkiezen en die aan de hele school presenteren. Twee personen kunnen de eerste dialoog opvoeren en drie anderen de tweede dialoog. Leerlingen kunnen gebruik maken van een chuleta (= spiekbriefje: hoofdstuk 10, gele ballon).

Juego
Dit juego is bedoeld om de getallen uit het vorige hoofdstuk nog een keer te oefenen. Ook hier kun je weer bingo spelen zoals eerder vermeld is. Bingospelletjes zijn voor een klein bedrag in de speelgoedwinkel te krijgen. Je kunt ook varianten bedenken: de eerste persoon zegt een getal bestaande uit drie cijfers. De volgende moet de laatste twee gebruiken om een nieuw getal te maken. Zo ga je de kring rond. Ejemplo: 259, 597, 973, 731, 318, 180 etc. Als dit nog te moeilijk is, kun je ook met alleen het laatste cijfer een nieuw getal maken.

Gramática
Laat de leerlingen de rijtjes uitschrijven van de werkwoorden die hier worden genoemd, ook het rijtje van het werkwoord ir. Ze kunnen zich er dan goed van bewust worden dat er regelmatigheid zit in de onregelmatigheden; oftewel dat de uitgangen vaak hetzelfde zijn. Je hoeft eigenlijk alleen de ik-vorm goed kennen, daarna zijn de uitgangen gelijk. De leerlingen kunnen achter in het boek kijken op pagina 48 voor de uitwerkingen van werkwoorden.

ir           tener

fui          tuve
fuiste     tuviste
fue          tuvo
fuimos   tuvimos
fuisteis   tuvisteis
fueron    tuvieron

poder

pude
pudiste
pudo
pudimos
pudisteis
pudieron

poner

puse
pusiste
puso
pusimos
pusisteis
pusieron

saber

supe
supiste
supo
supimos
supisteis
supieron

querer

quise
quisiste
quiso
quisimos
quisisteis
quisieron

decir

dije
dijiste
dijo
dijimos
dijisteis
dijeron

Actividad – en parejas
Dit is een actividad om de indefinidos goed te oefenen. Eén persoon noemt een onregelmatig werkwoord en de andere persoon geeft de vervoeging.
Por ejemplo: het werkwoord querer, er wordt een twee gegooid, de leerling zegt: quisiste.

Extra oefening met de verleden tijd
Op de site staat ook een download met werkwoorden. Het is een lijstje met infinitieven die je kunt uitprinten en uitknippen. Je kunt hier klikken om ze meteen te zien. In tweetallen of drietallen kunnen de leerlingen hiermee de indefinidos oefenen. Eén leerling draait het kaartje om, zegt het werkwoord en een vervoeging in de tegenwoordige tijd erbij. De ander geeft de vervoeging van het werkwoord in de indefinido. Je kunt het ook weer met dobbelstenen doen.
Ejemplo: leerling 1 zegt: poner, pone, leerling 2 zegt: puso.
Alternatief: je geeft het kaartje en zegt er een persoonlijk voornaamwoord bij.
Ejemplo: poder, tú: leerling twee zegt: pudiste.

Tip: plastificeer de kaartjes, dan kun je ze vaker gebruiken. Uiteraard kun je ze ook gebruiken bij het oefenen van de presente of andere tijden.

15. Werkboek

15.1 Bij deze oefening schrijven de leerlingen de getallen voluit. Ze kunnen ook voor elkaar zo’n soort oefening maken. Dan bedenken ze zelf welke cijfers moeilijk te onthouden zijn en leren er daardoor meer van. Dat kan in groepjes of tweetallen, maar ook klassikaal als iedereen om de beurt één cijfer noemt. Dat moet de rest dan opschrijven en achteraf controleren.

15.2 Met deze oefening oefenen de leerlingen alle vormen van de werkwoorden. Ook hier kun je ze om de beurt zelf een werkwoordsvorm laten bedenken en oplezen. Als alle tijden door elkaar staan is het wel extra moeilijk. Je kunt ook eerst de tegenwoordige tijd doen en daarna de indefinido en de imperfecto.

15.3 De leerlingen maken met behulp van de dialogen uit het tekstboek de zinnen af. Het gaat hier om tekstbegrip. Je kunt de leerlingen ook een klein verhaaltje laten schrijven in het Spaans over wat er tijdens het duel gebeurde. Dat is leuk voor hun portfolio. PORTFOLIO

15.4 Bij deze oefening is het de bedoeling dat de leerlingen de onderstreepte woorden vertalen, van het Spaans naar het Nederlands. Je kunt hier ook de tijden uit de zin laten veranderen: van tegenwoordige tijd naar verleden en vice versa.

15.5 Dit is een vertaaloefening van het Nederlands naar het Spaans. Behalve de verleden tijd, wordt ook het lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp herhaald. Wijs de leerlingen op de volgorde! Herhaal zo nodig het schema van de persoonlijke voornaamwoorden op het bord. Hoe zat het ook alweer met me, te, le/lo/la etc. ?

15.6 Dit is een verhaal over Superhombre. Hij komt van de site www.colby.edu. De leerlingen moeten bedenken of het een indefinido vorm moet zijn of een imperfecto-vorm. De juiste vorm moet worden onderstreept. Herhaal wanneer je de indefinido (afgesloten) en de imperfecto (beschrijving/gewoonte) gebruikt.

Prima werkwoordoefening
De oorspronkelijke interactieve oefening is ook erg leuk om te doen. Klik hier om de link te openen. Dit is misschien nog wel wat te moeilijk voor de meeste leerlingen, maar als docent kun je er wel voorbeelden uithalen.

15.7 Zorro zoekt Elena. Als je de juiste weg neemt, krijg je de volgende zin: Zorro está muy enamorado de Elena.

15.8 Bij de Tarea kunnen de leerlingen informatie zoeken over de film La leyenda de Zorro. Voor informatie kun je hier klikken.

16. EL MALENTENDIDO

Let op: In de titel van dit hoofdstuk is helaas een spelfout geslopen. Het moet natuurlijk zijn: el malentendido. Het staat wel goed in de dialoog, misschien kunnen de leerlingen de fout zoeken?

Tekstboek

Luister naar de dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Je kunt dit herhalen in tweetallen.

Bij dit hoofdstuk (en het volgende) hebben we ervoor gekozen geen nieuwe grammatica aan te bieden. Zo krijgen de leerlingen de kans goed te oefenen met het gebruik van de verleden tijden. Dat is al moeilijk genoeg.

Uitdrukkingen
Er zitten veel uitdrukkingen in deze les verstopt, kunnen de leerlingen ze vinden en zeggen wat ze betekenen? Hieronder staat het volledige lijstje.

– con la mano en el corazón
– ¡Qué más da.
– ¡Qué pena.
– ¡Qué mala pata.
– No me hace caso.
– hablar por los codos
– Estoy harto/a de ti.
– Levantarse con el pie izquierdo
– Estoy hecho/a polvo.

= met de hand op het hart
= Wat maakt het uit.
= Wat jammer.
= Wat een pech.
= Zij schenkt mij geen aandacht.
= erop los kletsen
= Ik heb genoeg van je.
= met het verkeerde been uit bed stappen
= Ik ben helemaal kapot.

Juego – ¿Quién es?
Het is de bedoeling dat de leerlingen een personage uit het boek uitkiezen om bij iemand anders op het hoofd te plakken. Diegene moet raden wie hij/zij is door vragen te stellen.
Variatie: kies een beroemdheid en plak die op het hoofd. Ejemplo: Shakira, Madonna, Michael Jackson.
Er zijn ook spelletjes in de handel met plaatjes, die je hiervoor kunt gebruiken. Dan moet je wel de plaatjes uitzoeken met woorden die de leerlingen kennen of er zelf plaatjes bij maken.

Actividad – pieza de teatro
Maak een toneelstukje van de dialogen. Je kunt dit zo gek maken als je zelf wilt. Het is leuk om er een toneelstuk van te maken met alles erop en eraan waar je bijvoorbeeld de ouders voor uitnodigt. Dan is het wel een project van enkele weken. Je kunt een gedeelte van de les hieraan besteden. Zo zien de ouders wel wat je bereikt hebt!

Variatie: je kunt de kinderen ook de hoofdfiguren uit de dialogen na laten tekenen en ze op een stokje zetten. Zo kun je er een poppenkast van maken. De kinderen kunnen ook zelf een dialoog kiezen die ze leuk vinden. Het is minder werk en net zo leuk! Het gaat er om dat de kinderen Spaans spreken. Maak foto’s en plak die in het PORTFOLIO.

Je kunt deze foto’s naar ons opsturen. Dan zetten wij ze op de site. Dat geldt trouwens ook voor leuke teksten die je leerlingen maken bij de Actividad – para escribir. We gaan bijzondere verhalen ook gebruiken voor extra oefeningen.

Tekst – El pedazo de cartón
Een grappig verhaaltje over een vlieger. Luister en lees de tekst. Iedere leerling kan een zin voor zijn rekening nemen. Laat ze wel een beetje acteren bij het lezen. Als je merkt dat leerlingen niet zo vlot lezen, kun je ze opdracht geven alle teksten thuis vooral hardop te lezen. De meeste leerlingen lezen teksten alleen voor zichzelf en dat is niet goed. Help ze hierbij, door het steeds weer te zeggen als je het huiswerk opgeeft.

Actividad – subraya
Als de leerlingen de tekst goed begrepen hebben, kunnen ze de verleden tijden onderstrepen. Ze kunnen in hun schrift de infinitief erachter zetten en de betekenis.

Extra actividad – para escribir
Eerst de poema lezen, en luisteren en daarna zelf proberen een kort gedichtje te schrijven.
Variatie: De leerlingen maken een soortgelijk verhaaltje met iets anders, bijvoorbeeld over een trein van lego of iets van Knexx? PORTFOLIO

Beyoncé – Amor gitano
Klik hier om de link naar het lied te openen. Het staat natuurlijk ook op de cd.

Kom en blijf bij mij, geef mij je hart
Mijn leven, ik sterf langzaam (ik ben langzaam stervende) in mijn gevangenis
Kom, zeg me wat je voelt, doe niet zo verlegen
En stop met lijden, vlucht met mijn liefde
Daarna neem ik je mee waarheen je wilt
Zonder angst en zonder grenzen
Tot daar waar de zon opgaat

Met jou aan mijn zij kan ik alles aan
Het maakt niet uit wat
Want ik weet al waar ik naartoe ga

Ik ben je zigeunerin, je volger (je bedevaartganger)
De enige sleutel van jouw bestemming
Degene die het beste voor jou zorgt
Ik ben jouw dief!

Ik ben je zigeunerin, je maatje (je metgezel)
Degene die je volgt, die op je wacht,
Ik zal altijd van je houden ook al zouden ze mijn hart eruit halen

En ook al zou het ons het leven kosten
En ook al zou het pijn doen
Onze liefde heeft deze oorlog gewonnen

Un poema
Op muziek gezet door Samba Salad met de titel Te Quiero. Klik hier om dat te openen. Het liedje staat ook op de cd. Op de site staan oefeningen op verschillende niveaus bij Un poema.

Klik hier voor extra oefeningen voor beginners. Klik hier voor de antwoorden.
Klik hier voor exra oefeningen voor gevorderden. Klik hier voor de antwoorden.

Vertaling van Een gedicht (liedje track 51)

Jij bent de lucht
die ik wil kussen.
Jij bent het lichaam
dat ik wil voelen.

Jij ben de roos
die ik wil bekijken.
Jij bent het licht
dat ik wil volgen.

Jij bent het idee
dat ik wil dromen.
Jij bent het leven
dat ik wil leven.

Kussen, voelen, kijken
Volgen, dromen, leven…
Ik houd van je!

16. WERKBOEK

16.1 Een oefening met uitdrukkingen. Kunnen de leerlingen de betekenis afleiden van de stukjes tekst die erboven staan?

16.2 Dit is nog een oefening met uitdrukkingen.

16.3 Bij deze oefening is het de bedoeling dat de leerlingen het verhaaltje completeren met de werkwoorden die boven het verhaaltje staan.

16.4 Kunnen de leerlingen de ontbrekende letters vinden? Het is misschien handig de leerlingen erop te wijzen dat het aantal puntjes niet staat voor het aantal ontbrekende letters.

16.5 De leerlingen schrijven een verhaaltje. PORTFOLIO

16.6 Wie komt eruit als je lijntjes trekt van puntje naar puntje?

Tarea. De leerlingen zoeken een sprookje op en schrijven er een korte samenvatting over.

WERKBOEK: extra oefeningen 1 – 16
1. De woordjes in deze oefening zijn belangrijk. Vaak zijn de kinderen ze al vergeten.
Je kunt ze nog uitbreiden met bijvoorbeeld:

después
demasiado
pero
primero/a
nadie
todos
algo

na
te (veel)
maar
eerste
niemand
allen
iets

nada
casi
nunca
una vez
todo
ninguno/a
alguien

niets
bijna
nooit
een keer
alles
geen enkele
iemand

2. Plaats de woorden op de juiste plek. Je kunt de leerlingen ook hun eigen huis laten tekenen. Ze moeten aan de klas vertellen waar hun eigen kamer in het huis ligt.

3. Dit is een woordenschatoefening. Niet alles wat hier wordt gevraagd komt in het boek voor. Omdat ze toch al een tijd met Spaans bezig zijn, is het misschien aardig om te kijken of ze nu de betekenis kunnen afleiden zonder dat het uitgebreid behandeld is.

Tip:
Klik hier voor een thematische woordenlijst die ook op de site staat. Bij het thema colegio en expresiones kom je alle gebruikte uitdrukkingen tegen uit de bovenstaande oefening.

4. Gebruik voor deze oefening de thematische woordenlijst op de site (zie tip hierboven). Daarmee kunnen de leerlingen de uitdrukkingen met de betekenis combineren.

5. De leerlingen moeten kijken of de zinnen waar of niet waar zijn. Als ze fout zijn, wat moet het dan wel zijn?

6. Bij deze oefening zetten de leerlingen de zinnen in de derde persoon, het gaat immers om Carlos. Laat ze de zinnen ook in de eerste persoon zetten.

7. Deze oefening gaat om tekstbegrip. De leerlingen lezen de bijbehorende tekst en beantwoorden vervolgens de vragen die gesteld worden. Als extra oefening kunnen de leerlingen er zelf ook nog vragen bij maken.

17. VAMOS DE FIESTA

Tekstboek
In hoofdstuk 5 heeft Elena Marcela en Susana gesproken over de vakantie. Nu is Susana terug uit Spanje en vertelt ze hoe het was.

Diálogo
Luister naar de dialoog en vraag wat de leerlingen ervan begrijpen. Luister daarna nogmaals terwijl iedereen meeleest met de tekst. Daarna lezen twee leerlingen de dialoog hardop voor. Daarna lezen de leerlingen de dialoog in tweetallen nogmaals.

Tip: Behandel ook de ballonnetjes! Die bevatten leuke informatie over de Spaanse cultuur. Zoek de naamdagen van je leerlingen op of doe dat samen met je leerlingen. Kun je ze allemaal vinden?

Actividad – en parejas
Praat over welk feest de leerlingen zouden willen meemaken in Spanje of Zuid-Amerika. Het is handig om dan eerst de tekst over de feesten te behandelen.

Tekst over de feesten – el calendario de fiestas
Het is bij deze tekst leuk om de leerlingen eerst zelf te laten lezen (alleen of in tweetallen). Daarna kunnen ze één feest uitkiezen en erover vertellen in het Spaans. Het is ook leuk om dit in groepjes te doen. Elk groepje kiest een feest uit, zoekt er meer informatie over op internet en houdt er een kleine presentatie over. PORTFOLIO
Als de leerlingen de teksten beter willen begrijpen, kunnen ze ook de bijbehorende oefeningen uit het werkboek maken (1 t/m 3). Deze oefeningen gaan over deze tekst.

Feestkalender, gebaseerd op de 5 W’s: waar, wanneer, waarom, wie, wat + hoe.

  •  Wanneer krijgen de kinderen cadeautjes?
  •  Waar wordt het Carnaval groots gevierd?
  •  Welk paasfeest is het beroemdste in Spanje?
  •  Waar wordt veel getrommeld?
  •  Hoe heet Goede Vrijdag in het Spaans?
  •  Waar zie je paarden en vrouwen in flamencokleding? (Sevilla en abril y La Romería del Rocío met Pinksteren en mayo.)
  • Waar vieren ze het feest van de zon?
  • Wat vieren de mensen in september?
  • Wanneer worden de doden herdacht?
  • Wat eten de Spanjaarden op Oudjaarsavond?
  • Waar en wanneer gooien de mensen tomaten naar elkaar?
  • Waarom kleden de mensen in Peru zich in het paars in oktober?
  • Waar en wanneer rennen de mensen voor de stieren uit door de straten?

Zoals je ziet is Pasen in Spanje iets anders dan bij ons. Het heet daar niet voor niets de ‘Heilige Week’. De hele week staat in het teken van Pasen.
Winkels en bedrijven zijn meestal de hele week gesloten. Het is echt een feestweek. Paasmaandag oftewel tweede Paasdag bestaat niet in Spanje.

Dit zijn de namen van alle dagen:
Domingo de Ramos – Palmzondag
Lunes Santo – (Heilige) Maandag
Martes Santo – (Heilige) Dinsdag
Miércoles Santo – (Heilige) Woensdag
Jueves Santo – Witte Donderdag
Madrugada – Dit is de belangrijkste nacht, tussen Witte Donderdag en Goede Vrijdag. Hierin vinden de belangrijkste processies plaats.
Viernes Santo – Goede Vrijdag
Sábado Santo – Paaszaterdag
Domingo de Resurreción – Paaszondag

Muurkrant
Je kunt er ook voor kiezen een muurkrant over de feesten te maken en die op te hangen (bijvoorbeeld bij een open dag) of om het feestje ‘echt’ te vieren en te presenteren voor de hele school (en/of ouders). PORTFOLIO

Actividad – en parejas
Eén persoon werkt op een VVV en geeft informatie aan de andere persoon over een bepaald feest. Met deze actividad kun je heel goed de eerder genoemde spreekbeurt oefenen. Dan moeten de leerlingen zelf iets voorbereiden over een feest en dat in de klas vertellen. Dat kan heel kort, met een paar zinnen, maar ook met behulp van een PowerPoint uitgebreider. Dit hangt af van de tijd die je hebt en het niveau van je leerlingen. PORTFOLIO

Tekst – Las fallas
Kunnen de leerlingen in het Nederlands uitleggen wat er gebeurt bij het feest Las Fallas?
Stel de volgende vragen:
– Waar wordt het feest gevierd?
– Wanneer?
– Ter ere van wie?
– Wat maken ze en van welk materiaal?

Extra informatie El Día de San Jordi
El día de San Jordi wordt in Catalonië gevierd op 23 april. San Jordi is de patroonheilige van Catalonië. Deze dag krijgen de mannen een boek cadeau en de vrouwen krijgen een roos. Deze dag kun je vergelijken met Valentijnsdag in Nederland. Tegenwoordig geven ook familieleden elkaar een boek of een roos uit waardering. In winkels krijgen de vaste klanten deze dag ook een roos mee. Deze dag zult u weinig vrouwen zonder roos zien.

Una leyenda. Falso o verdadero?
Deze dag komt uit de legende van Sant Jordi. Op de Mont Blanc in Conca de Barbera leefde een draak. Elk jaar moest er iemand een jaar lang voor de draak zorgen waarna diegene opgegeten werd na een jaar. Op een dag was de dochter van de Koning aan de beurt en werd zij gered door de prins Sant Jordi. Sant Jordi doodde de draak en uit het bloed groeide een rozenstruik. Hij plukte een roos en gaf die aan de prinses.

Tip:
de Site van het Spaans verkeersbureau is erg handig voor allerlei informatie. Klik hier voor de site.
Als je informatie thuis gestuurd wilt krijgen, kun je via bovenstaande link bij ‘contact’ informatie aanvragen. Je krijgt dan binnen een paar dagen folders toegestuurd.

Tip:
Een aantal jaar geleden is er een serie over Spanje op televisie geweest, gemaakt door NRC-correspondent Steven Adolf: Spanje Nu en Nu Spanje. Bij deze serie komt La Romería del Rocía prachtig aan de orde. Er verschijnen schitterende beelden van dit feest. Helaas is het moeilijk te krijgen. Op internet is gelukkig wel veel beeldmateriaal te vinden. Op Youtube bijvoorbeeld dit filmpje over de Romería in Zuid-Spanje.
Het boek van Steven Adolf is ook aan te bevelen: Spanje achter de schermen. Het geeft heel veel culturele informatie over Spanje.

Tip Kerstles: Oudejaarsavond
Leuk om te doen als laatste les in december: 12 druiven eten om gevoel te krijgen hoe ze dat in Spanje doen op Oudjaarsavond. Neem een klok mee die duidelijk twaalf slagen laat horen! Ook is het leuk om turrón te eten met de leerlingen (te koop bij de Lidl). Op de site staan ook oefeningen die betrekking hebben op Kerst.

17. Werkboek

17.1 Dit is een oefening over tekstbegrip. Bij deze oefening mogen de leerlingen in het Nederlands antwoorden over de teksten uit het tekstboek.

17.2 Bij deze oefening is het de bedoeling dat de leerlingen de zinnen afmaken in het Spaans. Ze kunnen ze alleen afmaken als ze de tekst begrijpen.

17.3 Bij deze oefening moeten de leerlingen invullen wat de datum is, om welk feest het gaat en hoe het feest gevierd wordt.

17.4 Dit is een herhalingsoefening met de werkwoorden in de tegenwoordige tijd waarbij de leerlingen ook nog iets leren over El día de los muertos. Een heel bijzonder filmpje over deze dag kun je vinden op Youtube, klik daarvoor hier. Het is speciaal voor kinderen gemaakt. Er wordt niet al te snel gesproken. Leuk voor in de les.

17.5 De leerlingen moeten een verhaaltje in het Spaans schrijven over een typisch Nederlands feest. (Sinterklaas, Koninginnedag etc.) Dat is nog niet zo gemakkelijk. Geef ze vooraf de volgende opdrachten:

  • Maak korte zinnen.
  • Kies woorden die je al kent.
  • Zoek alleen woorden op als het echt niet anders kan.

Maak niet meer dan 10 zinnen.

17.6 De leerlingen schrijven hier een kaartje aan de leraar/es over hun bezoek aan een feest. Ook hier gelden weer de regels die we bespraken bij oefening 5.

17.7 Dit is een woordweb over Spanje.

Extra oefening
Laat de leerlingen cultuurverschillen tussen Spanje, Zuid-Amerika en Nederland opschrijven. Bijvoorbeeld: afval op de grond in cafés, het belang van je naamdag in plaats van je verjaardag, Driekoningen in plaats van Sinterklaas etc.

Extra oefening
Maak een ABC met allemaal dingen over Spanje en Zuid-Amerika. PORTFOLIO

18. HACEMOS UNA PIŇATA

Dit laatste hoofdstuk is een feesthoofdstuk om het boek af te sluiten. Daarom hebben we ervoor gekozen de leerlingen een piñata te laten maken. Dat is een leuke afsluiting, vooral omdat de piñata ook in Nederland al wordt gebruikt bij feestjes en partijen. (Klik hier voor kant-en-klare piñata.)

Let op:
Er zijn geen bijbehorende oefeningen in het werkboek. In deze handleiding staan wel extra oefeningen.

De piñata
De piñata is in Mexico een symbool van vreugde. Hij is gemaakt van karton of van papier-maché en wordt versierd met gekleurd papier en gevuld met snoep en fruit. De meest voorkomende vorm is de ster met zeven punten. Zeven omdat die de zeven hoofdzonden vertegenwoordigen. Als je de piñata stukslaat, sla je ook de zonden stuk. Tijdens feestdagen (bruiloft, verjaardagen, kinderfeestjes, partijtjes, party’s, kerstmis, begin van de zomer, etcetera …) wordt in Mexico en inmiddels in veel meer landen, de piñata opgehangen en geblinddoekt kapotgeslagen met een stok, zodat de vulling tussen de feestgangers op de grond valt.

Kijk op internet voor leuke filmpjes over het maken van een piñata, zoals in dit filmpje,  maar er zijn veel meer filmpjes.

Los textos
Lees en luister de teksten op dezelfde manier als bij de vorige hoofdstukken.

Gramática
In dit laatste hoofdstuk worden de verkleinwoordjes behandeld die in Zuid-Amerika vrij veel worden gebruikt. Verder komt er geen grammatica aan de orde. Je kunt de volgende oefeningen gebruiken nadat je de grammatica behandeld hebt.

Extra oefening
De volgende oefeningen kun je apart uitprinten door hier te klikken. Let op: de antwoorden staan meteen onderaan de opgaven.

Oefening met de verkleinwoordjes: Geef de verkleinwoordjes van de volgende woorden:

1. la abuela …………..
2. el pedazo …………..
3. el árbol …………..
4. el coche …………..
5. el avión …………..

6. el perro ……………..
7. el beso ……………..
8. la tarde ……………..
9. el ojo ……………..
10. la abuela ……………..

2. Van welke woorden zijn de volgende verkleinwoordjes afgeleid?

1. poquito ………………..
2. fresquito ……………….
3. abuelito ……………….
4. el ratoncito ……………….
5. la chiquita ……………….

6. bajita …………………..
7. el animalito …………………..
8. el pastelito …………………..
9. el gatito …………………..
10. la florecita …………………..

Texto – La piñata
Dit is een informatieve tekst over de piñata, zoals hierboven ongeveer wordt beschreven.

Texto – El cumpleaños
Dit is een tekstje over het vieren van verjaardagen. Het liedje Cumpleaños feliz staat in deel 1 en staat ook op de bijbehorende cd van deel 1 (track 18)

Dit is de bijbehorende tekst:
Cumpleaños feliz
Cumpleaños feliz
Te deseamos todos
Cumpleaños feliz

Las Mañanitas is een populair liedje in México en Perú. De tekst van Las mañanitas staat al in hoofdstuk 4 en op de cd (track 14). Eventueel kun je dit lied nog een keer laten horen in de klas en laten zien hoeveel meer ze al weten. Bijvoorbeeld de imperfectos als cantaba en eran en de indefinido: amaneció, se ocultó.

Actividad – haz una piñata en clase
De leerlingen vinden het vast erg leuk om deze piñata als afsluiting van het boek, en/of van het schooljaar te maken. Je kunt vragen of iedereen de benodigde spullen zelf meeneemt van huis. Zo krijg je allemaal andere piñata’s en het is niet zo duur.

.
Canción – Het regent feest
Bij een feestles als afsluiting hoort uiteraard een gezellig feestlied. Een lied van Samba Salad wat zowel Nederlandse als ook Spaanse tekst bevat, heet Het regent feest en is gebaseerd op  Ojalá que llueva café  van Juan Luis Guerra. De tekst van Herman Link is een bewerking en niet de vertaling. (Sommige teksten moet je misschien niet willen vertalen, vandaar de handige oplossing van Herman Link.) Hieronder volgt een vrije vertaling van het origineel. De vertaling wordt enigszins bemoeilijkt door het aantal Zuid-Amerikaanse woorden.

Ojalá que llueva café
Hopelijk gaat het koffie regenen op het land
En komt er een regenbui van yuca (palmlelie) en thee
Uit de hemel een buitje van witte kaas
En naar het zuiden een berg van waterkers en honing
Oh oh, oh oh
Hopelijk gaat het koffie regenen (laat het koffie regenen)
Hopelijk gaat het koffie regenen op het land
Opdat we een rots met tarwe en mapuey kunnen kammen
Naar beneden gaan over de heuvel van gezaaide rijst
En verder gaan over het geploegde land met jouw wil
Oh oh, oh oh
Hopelijk komt de herfst in plaats van met droge blaadjes
Met een oogst van spekjes (tocino)
Een vlakte van bataat (zoete aardappel) en aardbeien
Hopelijk gaat het koffie regenen op het land
Hopelijk gaat het koffie regenen
Oh oh, oh oh

Van internet:
Jarina, Jarinita, Jarinear: Cuando se sacude harina por un cedazo (tamiz), el resultado es, metafóricamente hablando, una llovizna de harina. De esa manera el término jarinita se ha hecho parte del léxico cibaeño y significa una llovizna ligera.

Pitisalé (petit-salé): Es una especie de tocino de carne de cerdo (y también de chivo) salada y secada al sol. Se utiliza como ingrediente para sazonar diversos platos

Fuente: glosario de Términos de Richard Ureña.
Meer informatie over Juan Luis Guerra:Juan Luis Guerra
In januari 2012 is net zijn nieuwe single En el cielo no hay hospital uitgekomen (in de hemel is geen ziekenhuis). Juan Luis Guerra (Santo Domingo, 7 juni 1957) is een Dominicaanse zanger, gitarist, componist en impresario. Zijn bijnaam op de middelbare school was el niño de las veladas (vertaald: het jongetje van de feestjes).
Guerra heeft geëxperimenteerd met een uitgebreid aantal muziekstijlen en teksten. Grappige, lichtzinnige merengue en salsa wisselt hij af met romantische bachatas en religieus getinte teksten. Guerra leidt een rustig, teruggetrokken leven en brengt veel tijd door in zijn studio.
In 1996 bekeerde hij zich tot de pinksterbeweging. Hij besteedt veel tijd aan zijn geloof. Hij meent dat de oplossing van de problemen in de wereld ligt in het begrijpen van Gods Woord. Zijn cd Para Ti (2004) is een christelijk album.

Met zijn meest recente plaat La Llave De Mi Corazón won hij een Grammy Award en maar liefst 6 Latin Grammy Awards. Daarmee is Guerra recordhouder van meest ontvangen awards tijdens één Latin Grammy uitreiking; dit record deelt hij met Juanes.
Op 5 juli 2005 trad Juan Luis -na afwezigheid van ruim tien jaar- voor de tweede keer op in Nederland. Een uitverkocht Ahoy in Rotterdam was de enige Noord-Europese stop in zijn 20 Años wereldtournee. Op de eerste september 2008 deed hij opnieuw Nederland aan, in zijn La Travesia Tour speelde hij in wederom voor een uitverkochte zaal, dit keer de Heineken Music Hall. Op vijf december 2009 deed de La Travesia Tour opnieuw Nederland aan; Ahoy was dit keer verre van uitverkocht, maar dat stond een feestelijke avond niet in de weg.
Bron: wikipedia

.
Extra oefening
Een liedje dat je kunt behandelen in de les is van Mocedades. Deze band vertegenwoordige Spanje in 1973 op het songfestival. Op de volgende pagina’s vind je een aantal oefeningen hierbij. In het liedje komen enkele woorden voor die ook in het liedje van Juan Luis Guerra zitten. Het liedje is makkelijk mee te zingen en blijft lekker hangen in je hoofd. Voor de leerlingen moet het goed te doen zijn.

Tip: Wil je de oefeningen printen om als huiswerk thuis laten doen?
Klik dan hier!   Voor de antwoorden kun je hier klikken.

De woorden die je moet invullen: agua, brisa, esperanza, fuego, hogar, horizonte, lluvia, noche, fuente, pan, poema, promesa, sonrisa, trigo, verano, guitarra

.
Eres tú
Como una ……………………………..…….……., eres tú, eres tú.
Como una mañana de …………………………..…….………….
Como una ………………………….……………., eres tú, eres tú.
Así, así, eres tú.
Toda mi …………………………………………, eres tú, eres tú.
Como ………………………………….………. fresca en mis manos
Como fuerte ………………………………….……, eres tú, eres tú.
Así, así, eres tú.
Eres tú como el …………………..………..de mi fuente (algo así eres tú)
Eres tú el …………………………………….de mi hogar
Eres tú como el fuego de mi hoguera
Eres tú el …………………..…………….de mi ………………………..…………
Como mi ………………………………..…, eres tú, eres tú.
Como una …………………………………………….. en la …………………………………..,
Todo mi …………………………………………………..…. eres tú, eres tú.
Así, así, eres tú.
Eres tú como el agua de mi …………………………………. (algo así eres tú)
Eres tú el fuego de mi …………………………………………………
Eres tú como el fuego de mi hoguera
Eres tú el trigo de mi pan.
Eres tú…

.
Mocedades bereikten met het liedje Eres tú (Dat ben jij) niet alleen de tweede plaats, ze zorgden er ook voor dat miljoenen mensen kennis maakten met succesvolle Spaanse muziek. Nog steeds is Eres tú een liedje dat vrijwel iedereen kent en meezingt.

.
Ejercicio 1. Vul het juiste lidwoord in.

. . . . . . . . . .  promesa
. . . . . . . . . . . agua
. . . . . . . . . . . fuego
. . . . . . . . . . . sonrisa
. . . . . . . . . . . hoguera

. . . . . . . . . . lluvia
. . . . . . . . . . esperanza
. . . . . . . . . . mano
. . . . . . . . . . hogar
. . . . . . . . . . fuente

Ejercicio 2. Zoek de vertaling van de volgende woorden.

la sonrisa. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
el trigo. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
de fontein/bron . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
el pan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
el fuego . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

de hoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
de haard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
la promesa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
thuis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
de handen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Ejercicio 3. Rellena – vul in

Bijvoeglijk naamwoord

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

fuerte

Werkwoord

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Zelfstandig naamwoord

la promesa

la sonrisa

la esperanza

la lluvia

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Ejercicio 4. Kun je bedenken wat de volgende spreekwoorden betekenen:
a. Hogar, dulce hogar.

…………………………………………………………………………………….
b. Mi casa y mi hogar cien doblas val.

……………………………………………………………..

Tip:
Groot eindfeest: Voer voor de hele school een songfestival op met alleen Spaanse liedjes.

 

Tip: Huur de dvd De gelaarsde kat: er wordt veel Spaans in gesproken.

 

BELANGRIJK: Heb je tips voor of feedback op de lesmethode? Laat het ons weten, dan kunnen we deze informatie gebruiken voor de site of voor een herdruk.

Bewaren

Bewaren